Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeken. Alle posts tonen

vrijdag 21 november 2008

Kleurrijk en speels scheurwerk

Strompelend loopt Jan Bons naar een begroeid huisje in de achtertuin. Jan Bons, een grafisch ontwerper, is bekend dank zij zijn werk voor theatergroep De Appel en IDFA. Nog altijd maakt hij in zijn tuinhuisje opvallende affiches van scheurwerk. Zijn bureau heeft nog het meest weg van een tafel vol schoolwerkjes uit de kleuterklas. Maar dan wel heel bijzondere schoolwerkjes, schoolwerkjes die helemaal kloppen! Jan Bons geeft een kort college hoe zijn affiches in elkaar zitten. Er zit een balans in de kleuren van het scheurwerk. Even haalt Bons een stukje rood uit een affiche voor het Nieuw Ensemble… En ja, meteen is de balans weg!

In de keuken legt de vrouw van Jan Bons een met as omhuld geitenkaasje in de koelkast; het beeld verspringt naar het tuinhuisje. Daar haalt Jan Bons een stoffige Rietveld stoel te voorschijn. Hij ontwierp een afficheklassieker voor de tentoonstelling van Rietveld in het stedelijk museum in Amsterdam. Met de stoel in alle eenvoud. Grappig is dat het kunstwerk van Rietveld staat naast een ‘Toffies’ blik, dat hij won als klein jongetje. Toen hij voor het eerst meedeed aan een tekenwedstrijd.

Jan Bons heeft heel herkenbare en sterke affiches gemaakt. Voor het IDFA, een filmfestival in Amsterdam dat op dit moment aan de gang is, heeft hij vele jaren het affiche gemaakt. Een sober affiche, waarop een ouderwetse camera staat. Een beeld dat nog altijd visueel erg sterk is. In mei bezocht ik de tentoonstelling in de Kunsthal ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van Jan Bons. De voorstelling bestond uit affiches voor sterk uiteenlopende instanties, en tóch waren alle affiches herkenbaar als Jan Bons. Kleurrijk en speels.













Jan Bons, ontwerpen in vrijheid
Film van Lex Reitsma
ISBN 978 90 76452 197
DVD + Boek Uitgeverij De Buitenkant, Amsterdam

Website van het idfa filmfestival:
http://www.idfa.nl/

zondag 9 september 2007

Er blijft toch een raadsel over

“Mijn leven lang is mij gevraagd naar de betekenis van wat ik maak. Hier kan ik nooit antwoord op geven.” Zo begint het boek ‘Tot u spreekt… Hans van Manen, bijzonder hoogleraar’. Het is een boek gebaseerd op de tien colleges die Van Manen gaf als bijzonder hoogleraar ‘Kunst en Cultuur’ aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. In de colleges vertelt Hans over dans, daarbij neemt hij steeds een van zijn balletten als uitgangspunt. Door te vertellen hoe zijn balletten in elkaar zitten en ze te tonen, probeert hij de mensen te laten begrijpen waar ze over gaan. Ook schetst hij talrijke aspecten van zijn werk als choreograaf. Een goed boek om meer van het werk van de meester choreograaf te begrijpen.



"Dans drukt dans uit, en verder niets”, is een van de bekendste uitspraken van Van Manen. Een opmerkelijk statement, waarmee ik het aanvankelijk niet eens was. Als ik echter enige citaten lees die de uitspraak verduidelijken, snap ik pas wat er met de zin bedoeld wordt. Van Manen houdt niet van drama en heeft ook geen boodschap in zijn balletten: “In een choreografie moeten dingen ‘zin’ hebben, het moet controleerbaar zijn waarom je dingen doet. Dingen moeten functioneel zijn, anders zijn ze niet interessant. Als een choreografie een dramatisch verloop heeft, dus van punt naar punt gaat, en ook wezenlijk eindigt dan is er dramatiek die goed is.” Je danst dus met een bepaalde intentie. Elke danser interpreteert de choreografie op zijn of haar eigen manier. Je danst als vanzelfsprekend met een bepaalde intentie, zonder dat er persé een verhaal of bedoeling achter moet zitten. Het klopt, denk ik na het boek gelezen te hebben, dans drukt dans uit, en verder niets.

Van Manen benadrukt het belang van samenwerking van dansers met choreografen. “Ik blijf tijdens een repetitie nooit op de stoel zitten, en doe alle passen voor. Balletmeesters en choreografen die dat niet doen, wantrouw ik ten zeerste. Thuis balletten maken, dat kan niet. Balletten moet je maken in een studio, die moet je maken met dansers. Het is een samenspel, ik zou mijn balletten nooit zelf kunnen dansen, ik doe het voor, maar ik ben absoluut afhankelijk van de uitvoerenden met ieder zijn eigen inbreng.”

“Geniale dingen zijn raadselachtig”, zegt van Manen. “ Je snapt helemaal wat je ziet, maar er blijft toch een raadsel over. Goede dingen hebben altijd een raadsel. Dat raadselachtige, dat is ook god zij dank niet op te lossen.”

Tot u spreekt… Hans van Manen, bijzonder hoogleraar.
Onder redactie van Dorine Lustig.
Méér weten en zien over Hans van Manen: http://www.eenlevenlangtheater.nl/hans%20van%20manen/


Foto Hans van Manen: Erwin Olaf

woensdag 15 augustus 2007

Lieve rotzak

‘Wat een rotzak!’ dacht ik toen ik de eerste paar hoofdstukken van het boek ‘Noerejev, Het spoor van een Komeet’ van Rudi van Dantzig las. Noerejev kwam bijna constant te laat in repetities. Dan begon hij geheel in zichzelf gekeerd oefeningen te doen, die totaal niet aansloten op waar de groep mee bezig was. Dat moet zeer irritant en afleidend geweest zijn voor de andere dansers. Ook het publiek liet hij soms wel een half uur op hem wachten. Hij had bovendien een totaal onvoorspelbaar humeur, hij kon gedienstig en prettig zijn om mee te werken, maar ook verschrikkelijk gehumeurd en arrogant. Noerejev was een echte klassieke danser, die het liefste danste volgens de klassieke ballet regels met veel drama. Hij was onhandig en weinig vindingrijk als het ging om andere dansvormen. Hij kon dan ook heel koppig zijn: als hij in zijn moderne dansen werd verbeterd (wat toch onvermijdelijk is in de balletwereld) maakte hij vaak een overdreven karikatuur van de beweging die hem werd voorgedaan en vroeg dan erg sarcastisch of dát goed was.
Maar toch ga je gaandeweg door het boek van hem houden: hij is onuitstaanbaar maar tegelijkertijd heel aardig, soms lijkt hij zelfs onzeker. Rudi van Dantzig schrijft, dat Noerejev niet net zo depressief of teneer geslagen kon zijn als andere dansers omdat hij onder zijn niveau had gepresteerd. Maar aan het einde van het boek als een veel jongere danser met logischerwijs veel meer kracht voor hogere sprongen en meer pirouettes naast Noerejev danst, zegt Noerejev dat dat niet betekent dat hij een betere danser is. Het is ontroerend: Noerejev wás vroeger die danser, geprezen door zijn technische hoogstandjes en hoge sprongen. Hij wordt in de strijd verslagen door een jongere danser. Het is pijnlijk te lezen, hij is voor mij een held geworden. Niet door de technische hoogstandjes of het prachtige dansen, maar door de figuur zelf. Met zijn onmeetbare discipline en wilskracht heeft hij avond aan avond gedanst. Hij was een ster in zijn vak maar tegelijkertijd een hel om mee te werken. Hij was een lieve rotzak.


Noerejev, het spoor van een komeet
Rudi van Dantzig, Gaillarde Pers