Posts tonen met het label Theater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Theater. Alle posts tonen

woensdag 14 april 2010

Hotelgast, na anderhalve week in een bunker

‘Al anderhalve week leef ik in een psychiatrische inrichting’. Wende Snijders vertelt in gesprek met journalist Leon Verdonschot over haar leven als artiest. In de serie Hotelgasten (beurtelings bij 013 en de Nieuwe Vorst in Tilburg) interviewt hij artiesten. Wende is volop aan het werk voor een nieuw theaterprogramma, dit keer zonder musici. Om dat programma te maken zit ze in een ‘bunker’, waar ze is veroordeeld tot zichzelf als enige gezelschap. ‘Het is confronterend, je hebt geen excuus meer.’ Het is een emotionele achtbaan, vertelt ze. Waarin ze zich op het ene moment een prutser voelt, die al de gewonnen prijzen wil teruggeven en dan weer iets bedenkt wat ‘echt cool is’ en zich daarna realiseert dat ze nóóit meer naar raadgevers wil luisteren.

Tussendoor worden filmfragmenten getoond die Wende Snijders vooraf heeft aangedragen. Ook leest ze een fragment voor uit het boek Mathilde van Roald Dahl, dat ze las toen ze klein was. We zien een artiest die vol overgave de wonderlijke fantasiewereld van haar jeugd tot leven wekt. Verassend is dat Wende Snijders als kind helemaal niet zo hield van de muzieklessen die ze moest volgen. ‘Het enige wat ik er leuk aan vond, was dat ik er een dropje kreeg’.

Toch is Wende Snijders haar hele leven al bezig met kunst, maar om toe te geven dat ze een artiest is was moeilijk. ‘In mijn hoofd durfde ik het niet te doen, maar eigenlijk deed ik het al de hele tijd’. Ze werd niet aangenomen op conservatoria, maar de kleinkunstacademie afronden lukte haar wel. ‘Eigenlijk was ik helemaal niet goed, ik wilde het gewoon heel graag….’ Een indringende stilte heerst in de zaal. Stomverbaasd staart het publiek naar een van de grootste performers van Nederland. ‘Misschien was het wel de wet van de remmende voorsprong’ is het timide antwoord op de vraag waarom ze dan zo succesvol is geworden en anderen niet. ‘Ik ben vaak schijt zenuwachtig… ’

‘Het is heel fijn om bevestigd te worden in dat wat je leuk vindt’. Toch is Wende Snijders zelf voortdurend nieuwsgierig. Dat ze daarin haar beperkingen tegenkomt vindt ze niet erg, dat vraagt namelijk om een oplossing. ‘De beperking bepaalt het talent. De poging tot vernieuwing daar draait het om, die is al ontroerend’.

Na het vraaggesprek toont Wende Snijders haar eerste materiaal na anderhalve week opsluiting in de bunker. Het is uitproberen. Ze geeft mensen langzaam toegang tot het verzamelde materiaal. Dan ziet het publiek een kwetsbare Wende Snijders. Af en toe een opmerking met de nodige zelfspot. Een van mijn theaterdocenten zei tegen mij ‘Durf nou gewoon eens keihard op je bek te gaan’. En dat durft Wende Snijders, wat een lef!

Hotelgasten, gezien 18 maart, de Nwe Vorst, Tilburg. Foto van Oscar Seykens.

zaterdag 24 oktober 2009

La Voix Halina

De telefoon is onverbiddelijk. In ‘La Voix Humaine’ belt een man zijn ex-vrouw nog één keer op. Wetend dat de telefoon hen op een gegeven moment zal scheiden, zet de vrouw alles op alles om haar minnaar bij zich te houden. Haar man heeft haar verlaten en begint een relatie met een andere vrouw. Hij belt zijn ex voor de laatste keer op, om te horen hoe het met haar gaat. Ze toont zich dapper, het gaat goed met haar en ze heeft gezellig gegeten met haar vriendin. Langzaam blijkt echter hoe afhankelijk ze eigenlijk is. Ze heeft haar bestaansrecht aan hem verbonden en weet zich geen raad meer. Machteloos en kwetsbaar doet de vrouw verwoede pogingen haar man aan de telefoon te houden. Verzorgend en bezorgd spreekt ze met haar geliefde. Ze vertroetelt hem en legt de schuld van alles bij zichzelf. Zij wil dat hij zich beter gaat voelen en bij haar terug keert. Terloops blijkt echter haar werkelijke gemoedstoestand: ze kotst en loopt keer op keer tegen de muur op. We zien onmacht, wanhoop en verdriet.

Een rauwe voorstelling, waarin Halina Reijn een prachtige monoloog houdt. Ze spreekt aan de telefoon met haar fictieve tegenspeler. Op het toneel is een groot raam te zien waarachter zich een kamer verborgen houdt. Het is een appartement in een drukke stad, wanneer het raam wordt opengeschoven dringen de hectiek en bedrijvigheid van de stad als vage achtergrondgeluiden voorzichtig door. Jan Versweyveld heeft met de scenografie gekozen voor een heel sober en eenvoudig toneel. Het benadrukt het gemis van de geliefde en creëert een kille sfeer waarbinnen de zoektocht naar genegenheid een zinloze poging blijkt. Regisseur Ivo van Hove heeft in de voorstelling de nadruk gelegd op de tekst. De tekst van Jean Cocteau - vertaald door Peter van Kraaij en Halina Reijn zelf -staat centraal. Vaak ingetogen, maar op sommige momenten ook ernstig vervormd en bombastisch, als in een hallucinatie.

De telefoon is de vijand, er dreigt continue gevaar, het gevaar dat er aan de andere kant wordt opgehangen of dat de centrale hen zal afkappen. Maar ook een groot gedeelte van de tekst wordt uitgesproken zonder telefoon. Gericht naar het publiek zoeken gedachten, overpeinzingen en overwegingen naar een plek. Verwaarloosd en in een trainingsbroek met trui, laat Halina Reijn de wrange kant van de liefde zien. Ze toont daarbij allerlei emoties van verdriet, woede, onbegrip, angst en wanhoop tot bezorgdheid en liefde. Het grootste gedeelte van de voorstelling is ingetogen en klein, maar ook zijn er momenten van explosieve emoties en hysterie. Als zij tenslotte een mooie jurk aantrekt en de schuifpui voor de laatste keer open doet, dringt het tot de toeschouwer door: de verbinding is voor eeuwig verbroken.

Als het licht weer aangaat zien we een kwetsbare Halina Reijn. Dankbaar neemt ze het oorverdovende (en terechte!) applaus in ontvangst. In een interview met Vrij Nederland zegt ze: ‘Ik ben nu best zenuwachtig, normaal heb ik dat alleen op de première. Nu denk ik elke avond voor ik opga: “Oh help, straks zit er niemand in de zaal.” Maar als de zaal vol zit, is het wel kicken hoor. Voor het eerst dat mensen niet alleen voor Toneelgroep Amsterdam komen, of voor Ivo.’ Aandoenlijk en onthutsend mooi tegelijkertijd: een van de beste actrices die Nederland rijk is, staat zichtbaar aangedaan voor een klappend publiek.

Toneelgroep Amsterdam, La Voix Humaine
Gezien in stadsschouwburg Amsterdam, 17 oktober 2009

“Ik kan dat heel goed: marionetje spelen”
Vrij Nederland, 10 oktober 2009

woensdag 22 juli 2009

Keihard werken op de Parade

Aan de achterkant van het NS station Utrecht prijkt het walhalla van de kleine theatermakers. Een oase van kermislichtjes en gezellig gekeuvel komt je tegemoet. Het festivalterrein van de Parade bestaat uit allerlei tentjes die worden bevolkt door stewardessen, radioverslaggevers en circusdirecteuren. Elkaar overstemmend proberen de acteurs het slenterende publiek naar binnen te lokken. Het is keihard werken voor de jonge theatermakers! Als vliegeniers rennen ze door het publiek, op zoek naar nieuwsgierige passanten. Met een snelle en enthousiasmerende babbel, zoals die kenmerkend is voor een gemiddelde shampoo reclame, spelen de acteurs in op de verlekkerde blikken van toeschouwers. Om vervolgens vijf minuten later, na een voorbereiding, ‘want dat doen professionele acteurs’, gewoon weer op de planken te staan.

Ik begin de avond met ‘Ja! Ja! Ja!’ Van Scholten, Lovsky en Joensen van Volksoperahuis, ‘een vrolijke muzikale revue over de zonzijde van crisis’. Aanstekelijke melodietjes en korte sketchesover de positieve kant van makelaars die bankroet zijn, zorgen ervoor dat de toeschouwers mee deinen op gammele stoeltjes en met een brede glimlach uit de circustent stappen. Dat de verhaallijn niet altijd goed uit de verf komt, nemen we voor lief.

Na een korte pauze voor een maaltijd, sta ik voor de tent waar ik ‘Radio de Schoonheid’ zal gaan bekijken, een samenwerking tussen Het NUT en Theatergroep Aluin. De grootste klassiekers van het theater komen voorbij, in de vorm van een radioverslaggeving van een sportwedstrijd. In enkele minuten worden Romeo en Julia, Wachten op Godot, Macbeth en andere klassiekers magistraal uit de doeken gedaan. De theaterstukken worden een sportverslag dat zindert van spanning tussen twee rivaliserende families of leidt tot verveling als gevolg van het wachten op de aankomst van een verwacht persoon.
Tenslotte bezoek ik ‘Niets is echt moeilijk’, van Theatergroep WAK. Een voorstelling die plaats vindt in - wat nog het meeste lijkt op - een grote houten blokkendoos. In de overvolle blokkendoos met toeschouwers, komen drie mannen binnen. Geschrokken van het publiek tonen de mannen hun kunstjes. Krampachtig en met de nodige podiumvrees voeren ze allerlei nutteloze acties uit. De drie acteurs zetten zonder woorden hulpeloze mannen neer, die van alles proberen en doen, maar niets wil echt lukken. Een zeer komisch en overtuigend trio, dat de karakters prachtig neerzet.

Wat een heerlijk festival! Waar maak je tenslotte nog mee dat volwassen mensen gierend van pret in een zweefmolen zitten en angstige kreetjes slaken bij het schommelen van de stoeltjes?

http://www.deparade.nl/

Nog tot 26 juli in Utrecht
Van 31 juli tot 16 augustus in Amsterdam

zondag 5 april 2009

Festival Cement: Hollywood of meedrijven op het echte leven?

Door de enorme rookwolk van een pas ingeslagen bom is een gehavende hotelkamer te zien. Een veelbelovend toneelbeeld van de toneelvoorstelling Hotel Al Awali, een van de voorstellingen op Festival Cement in Maastricht. Het is een voorstelling over drie personen: een cameravrouw, een presentatrice en een geluidsman. Samen zitten ze in de hotelkamer, daarbuiten is het oorlog. Er heerst angst en chaos. Om hen vallen bommen en het hotel is omgeven door troepen strijders. De drie journalisten zijn op elkaar aangewezen, het leidt tot spanning, irritatie en onbegrip. Ze proberen zich staande te houden: ieder op zijn eigen manier.
De geluidsman is de stille hoop, hij werkt met zendapparatuur en probeert zo contact te maken met de buitenwereld. De presentatrice daarentegen ratelt aan één stuk door, zo probeert ze haar angsten te maskeren. Weemoedige verhalen over Hollywood, over Julia Roberts die altijd acteert, zelfs als ze niet aan het acteren is, overstemmen het oorlogsgeweld. De verslaggeefster verlangt terug naar het oppervlakkige Hollywood bestaan, naar de altijd aanwezige nonchalance en de grote zonnebrillen. De cameravrouw is niet bang, ze is er heilig van overtuigd dat zij niet door het geschut getroffen zal worden, ze gaat naar buiten en doet verslag. Ze maakt beelden die misschien wel nooit aan de buitenwereld getoond zullen worden, maar waarom? Ze leeft vanachter een camera in constante strijd met zichzelf. Ze is met haar camera op zoek naar de werkelijkheid, maar hoe ver kan ze daarin gaan? Wat mag je in een oorlog eigenlijk filmen? Drie personages op zoek naar antwoorden: hoe moeten ze in een oorlog handelen? Het is een constante strijd: Hollywood of meedrijven op het echte leven? De regisseur Tanya Hermsen weet op een pakkende manier de personages neer te zetten.

Liesje Backer, de ratellende Hollywood presentatrice, bombardeert de toeschouwers met een vermoeiende snelheid met verhalen en nietszeggende weetjes. Komisch is het oppervlakkige geratel over de wereld van het nep; bittere angst, wanhoop en onmacht schuilen erachter. Op subtiele wijze wordt de toeschouwer meegenomen in een uitzichtloze en verstikkende situatie.

In een bijna angstwekkende rust voel je de roeping van de cameravrouw gespeeld door Karlijn Sileghem: de wereld, de keiharde realiteit laten zien. Maar ook hier heerst twijfel: wat mag je in een oorlog laten zien?

De geluidsman reageert met de verveling van een ongeïnteresseerde puber op de doorgeschoten emoties van zijn collega’s. Het personage blijft echter onderbelicht, vanachter zijn apparatuur probeert hij contact te maken met de buitenwereld. Ironisch genoeg lukt het niet, waar de toegewijde actrices wél contact maken met het publiek.

Ook in Er zal iemand komen overheersen angst en onzekerheid. In een decor van houten pallets en een tuinbankje heerst niet de angst voor een oorlog, maar voor eenzaamheid en ongeluk. Een man en een vrouw zoeken naar geluk en houden zich krampachtig vast aan hun fantasiebeeld. In een oud en verlaten huis ver van de buitenwereld proberen ze dat geluk te vinden. Ze hebben alles en iedereen achter gelaten, ze willen alleen en met zichzelf gelukkig zijn. Toch is het van het begin duidelijk: ‘er zal iemand komen’, iemand die het geluk ruw zal komen verstoren. De verkoper van het huis blijkt de boosdoener. Met een op het eerste gezicht naïeve onschuld weet hij op een gluiperige manier te zorgen voor opschudding en wantrouwen.

Zie: http://www.diederikpaauwe.nl/test/08-09-05/

Er zal iemand komen is een tragikomische voorstelling van het theatermakercollectief Arnoldussen, Kaat en Korevaar. Een voorstelling zonder versiersing met de nadruk op de tekst van de Noorse schrijver Jon Fosse. De acteurs hebben weinig handelingen, met de tekst vertellen ze op een geloofwaardige manier hun verhaal. In de tekst zitten veel herhalingen, het duidt op de verbeten zoektocht naar het geforceerde geluk. De verkoper - die alle angsten bevestigt - werkt op de lachspieren. De bandiet weet ondanks zijn slinkse manier van handelen, het publiek voor zich te winnen door zijn platte accent en zijn simpele gedrag. De man en vrouw trekken tenslotte aan het kortste eind, het is een voorstelling over angst, maar méér nog over hoe angst de mens in zijn greep kan houden.


Gezien 3 april 2009 in Maastricht tijdens Festival Cement


Hotel El Awali, productiehuis Brabant

Tekst Hans den Hartog Jager

Regie Tanya Hermsen


Er zal iemand komen, theatermakercollectief Arnoldussen, Kaat
en Korevaar

Tekst Jon Fosse (Noorwegen)

Met een dankjewel aan Raymond Frenken!

zondag 4 januari 2009

“Actors were little more than vagabonds”

Het is eenendertig december, en min drie graden in Londen. Op het BBC journaal wordt gesproken van stevige vorst. Genoeg reden voor de vrijwilligers van Shakespeare’s Globe theater om aan iedereen warme bisschopswijn te schenken voordat de rondleiding begint. ‘Om u op te warmen tegen de kou buiten’. De rondleiding start met een voorproefje van de Engelse humor die we volop gaan horen. “Wie is er gekomen omdat hij van theater houdt?’ ‘Wie is er gekomen omdat hij van Shakespeare houdt?’ ‘Wie is er gekomen omdat hij niets beters te doen had eenendertig december?’ Dan..‘wie is er gedwongen?’ En ja hoor! Er zijn twee kinderen die gedwongen aanwezig zijn, al beweert hun vader dat ze ‘helemaal vrijwillig’ zijn meegekomen…. De kinderen mogen vóórop het theater in.

De gids vertelt dat de Amerikaanse acteur Sam Wanamaker naar Engeland kwam, om te kijken hoe zijn grote held Shakespeare vereerd werd. Wat hij vond… één steen in een brouwerijmuur in Londen waarop Shakespeare stond, met verkeerde data. Sam Wanamaker neemt zich voor om het groter en beter te doen, zoals het een echte Amerikaan betaamt. Hij neemt het initiatief om het Shakespeare theater ‘The Globe’ weer op te bouwen. Sinds de grote Londen brand in 1666 – die drie dagen duurde en meer dan 13.000 huizen vernietigde - zijn rieten daken verboden. Nu is ‘The globe’ het enige gebouw in Londen met een rieten dak. The Globe is een grote O met een rieten dak en open binnenplaats; het hele theater is van hout. En doordat het gebouw hetzelfde akoestische principes heeft als een viool hebben acteurs nooit een microfoon nodig.

In ‘The Globe’ krijgt acteren een heel eigen invulling. De goedkoopste plaatsen zijn de open staanplaatsen middenin het theater, heel dicht bij het podium. De acteurs zíen dus alle toeschouwers; Shakespeare maakte geen theater voor de toeschouwers in het donker. Hij maakte theater waarbij de acteurs heel direct met de toeschouwers communiceren. De toeschouwers kunnen schreeuwen en reageren. De rijkste toeschouwers zaten boven naast de muzikanten áchter het toneel. “Zegt u dat u naar Shakespeare gaat kijken?”, vraagt Jessica. “De Engelsen zeggen dat je naar Shakespeare gaat luisteren. Dat kan daar boven het beste”, zegt de gids. De acteurs stonden overigens niet in hoog aanzien. ‘Actors were little more than vagabonds’. Shakespeare maakte zijn voorstellingen voor een ongeletterd publiek. Gids Jessica zegt fijntjes: “Denkt u daar vooral aan, als u het niet snapt”.

Website van het theater:

http://www.shakespeares-globe.org/

Virtuele tour:

http://www.shakespeares-globe.org/abouttheglobe/virtualtour/

zaterdag 27 december 2008

Avond aan avond een onvoorstelbare daad

Medea is misschien wel de moeilijkste rol voor een actrice. Immers: een moeder die haar eigen kinderen doodt is onvoorstelbaar. Toch lees je regelmatig in de krant dat er weer een familiedrama heeft plaatsgevonden. Ariane Schluter* had moeite met de rol, als moeder van twee kinderen. Ze begrijpt al Medea’s gevoelens en handelingen, tot de dood van haar eigen kinderen: ‘Tot die fatale daad kan ik helemaal met Medea meegaan. Ik kan me goed voorstellen dat je wenst dat je man door net zo’n hel en diepe pijn gaat als jijzelf, wanneer je wordt ingeruild voor een jong meisje. Maar dat het tot zo’n daad komt, dat is zo radicaal, bijna fundamentalistisch….’ De tekst waarop ze hardop mijmert over de liefde voor haar kinderen, vergt iedere keer veel energie. Avond aan avond doodt Ariane als Medea haar kinderen.

Er zijn grofweg twee manieren waarop de relatie tussen de acteur of actrice en het gespeelde personage vorm kan krijgen. De acteur of actrice verdwijnt achter het personage; de toeschouwer ziet nauwelijks verschil tussen het personage en de acteur. Of de acteur of actrice laat heel duidelijk zien dat er een verschil is. De toeschouwer kan zich zo niet inleven in de wereld van het personage, maar blijft kritisch kijken. Ariane Schluter probeert in haar rol achter Medea te verdwijnen. Ze leeft zich in, verdwijnt achter Medea. Ze is natuurlijk, en sleept de toeschouwers mee in haar gedachtegang.

In een overweldigend decor staat Ariane Schluter op haar blote voeten. Verkrampt van al Medea’s spanningen toont ze de strijd tussen het verstand en het impulsieve, het aardse. Ze verbeeldt prachtig de vastberadenheid, de angst en de onzekerheid. Haar jaloezie en pijn om Jason, en haar onvoorwaardelijke liefde. Prachtig is ook het contrast met de pragmatische Jason, gespeeld door Peter Blok. Puur praktisch en zonder een greintje van spijt legt hij doodleuk zijn “goede” bedoelingen uit. Jason heeft Medea schaamteloos laten vallen.

Een beetje te braaf en esthetisch verantwoord vind ik de videobeelden getoond op de grond, die weerspiegeld worden in de spiegels. Twee vliegers die in de lucht dansen, worden bij de dood van de twee zoons doorgeknipt en ze dwarrelen naar de grond. Dit is een van de zwakste elementen van de voorstelling. Maar dat is dan ook het enige punt van kritiek. Uitstekend acteerwerk in een overweldigend decor: Medea grijpt aan!

Het Nationale Toneel
Medea, tekst Euripides (431 voor Christus)
regie Johan Doesburg, met o.a. Ariane Schluter en Peter Blok
dramaturgie Costiaan Mesu
toneelbeeld Tom Schenk
kostuums Rien Bekkers

foto Leo van Velzen
Gezien op 21 december 2008

* Wraak kent geen triomf, interview met Ariane Schluter, De Groene Amsterdammer 19.12.08


zaterdag 20 december 2008

‘Zolang het sneeuwt’: een verschrikkelijke leugen en ontwapende kinderlogica

Een compleet aangelegde straat en een kapperszaak met een enorme spiegel. Als ik in de zaal plaats neem, zit ik verbaasd en nieuwsgierig naar de spiegel te kijken. Je kunt jezelf zien! Dat heb ik nog nooit meegemaakt in het theater, dat je naar jezelf kunt kijken. Er komt een meisje op, Stella. Stella werkt in de kapperszaak, als de assistente van de broertjes Willy en Rien. Willy en Rien zijn kappers, Rien is de oude en verstandige broer. Willy fantaseert, hij wil vooral dingen beleven die niet kunnen. Het is de dag voor kerstmis. Stella voelt dat er iets in de lucht hangt, er gaat iets gebeuren. Toch is de kapperszaak leeg. De kapperszaak is al een hele tijd leeg, er komen geen klanten meer. Er wordt over de kapperszaak gesproken in de straat. Er wordt geroddeld in de straat, maar waarover blijft onduidelijk. Geleidelijk komt de toeschouwer meer te weten: de broers hebben een verloren stiefbroer, het is veertien jaar geleden, en er was een vader die een hekel had aan liegen.

Tegen sluitingstijd komt er een man binnen uit de snijdende kou. Eindelijk weer een klant? Voor Stella is het meteen duidelijk: dít is de prins op het witte paard, waar ze zo lang op heeft gewacht. Het blijkt de verloren stiefbroer van Willy en Rien te zijn. Door zijn komst, komt er ook een verschrikkelijke leugen aan het licht. Maar… ‘zolang het sneeuwt wordt het nooit echt donker.’ Een muzikale familievoorstelling, waarin een verschrikkelijke leugen wordt gecombineerd met ontwapende kinderlogica. Een voorstelling over ondervulde verlangens, fantasie, wraak en hoop. Een voorstelling waarin spel, dans en muziek samen komen, en waarin je van begin tot eind wordt meegezogen. De voorstelling is afgelopen, en het publiek stroomt langzaam de zaal uit, en dan bedenk ik me plotseling: ik heb mezelf niet gezien in de spiegel. Helemaal vergeten!

Theatergroep De Wetten van Kepler
Regie Jos van Kan
Foto: August Swietkowiak

Gezien in de Verkadefabriek, Den Bosch
Nog te zien tot 30 december 2008

zondag 24 augustus 2008

Tegendraadse Ramses blijft ongrijpbaar

Een documentaire heeft altijd de opzet om iets beter te begrijpen of iemand beter te leren kennen. Zo ook de documentaire 'Ramses' van Pieter Fleury over Ramses Shaffy. Door middel van mensen die de zanger goed kennen, fragmenten van concerten en een interview met hemzelf probeert de filmmaker Ramses Shaffy in enkele shots te vereeuwigen.

Al snel blijken kenmerkende woorden: chaos, anti-burgerlijk, bohémien, tegendraads, ongrijpbaar en vrijgevochten te zijn.

Ook de al wat oudere Ramses, die in een verzorgingshuis zit, blijkt zijn oude kraktereigenschappen niet te zijn verloren: hij is tegendraads. Hij maakt het de interviewer heel moeilijk: 'Je kunt het als journalist hebben over het verleden, het heden en de toekomst. Over de toekomst valt weinig te zeggen, daar gaat het dus niet over. Maar heel veel journalisten hebben het over het verleden. Ik daag u uit, de rest van dit gesprek over het heden te hebben'. De journalist lijkt even uit het veld geslagen, maar begint dan dapper aan de uitdaging. 'Dan gaat het dus automatisch over hoe u dingen voelt?' 'Nee! dat hoeft niet'. 'Oke...., vindt u dat u kwetsbaar bent?

Ja, Ramses vindt zichzelf kwetsbaar. En dat klopt ook wel: hij heeft zijn hele leven in de spotlights gestaan. Niet alleen in de mooie, maar ook in de minder goede tijden.
Maar betekent kwetsbaar zijn, ook niet jezelf helemaal blootsstellen, mensen in staat stellen jou helemaal te leren kennen?

Ik vind de documentaire prachtig. Een oude man met een mooie carrière. Een oude man die ook veel problemen heeft gekend: drank, woeker-contracten, geld-problemen. Een oude man, kwetsbaar? Misschien. Een oude man genaamd Ramses Shaffy, met vele kanten: ongrijpbaar voor de dappere journalist, blijkt hij niet in enkele shots te kunnen worden vereeuwigd.



Ramses, documentaire van Pieter Fleury
Met Joop Admiraal, Shireen Stroker, Louis van Dijk en liesbeth List

Op vrijdag 29 augustus 2008 wordt zanger/tekstschrijver Ramses Shaffy 75 jaar. Een mooie gelegenheid om de documentaire (verkrijgbaar op DVD) te zien.



Ramses Shaffy kreeg in 2006 de Edison Oeuvreprijs. Bij die gelegenheid verscheen een 8-CD box met de titel “Laat mijn liedjes nu maar zweven”. Zie: http://www.tvoranjeshop.nl/


zondag 20 juli 2008

Nicolaas Wijnberg: veelzijdige mopperkont

Dagdromend sta ik voor decor en theaterkleding schetsen van Nicolaas Wijnberg: ‘Wat zou ik deze werken graag in mijn kamer hebben hangen!’. Hoewel de schetsen niet gemaakt zijn voor een expositie, zijn ze stuk voor stuk kunstwerkjes op zich. In het Theater Instituut is een expositie over Nicolaas Wijnberg. Hij heeft als productiedramaturg veel decors, kostuums en affiches gemaakt. Maar buiten productiedramaturg, was hij ook (en misschien nog wel meer) schilder, graficus, beeldhouwer en illustrator. Ook in het Theater Instituut is deze veelzijdigheid te zien: strakke en eenvoudige decors, maar ook overdadige en barokaandoende decors.

Nicolaas Wijnberg was een mopperkont. Naast de lofbetuigingen over zijn prachtige werken, zijn er ook heel andere geluiden te horen. Hij zou een echte doordrammer zijn geweest. Het werd wat hij wilde en daar werd niets aan veranderd! Zolang hij het er niet mee eens was.
Zo schrijft Jeroen Krabbé over zijn herinneringen aan Nicolaas Wijnberg:
“Als ik terug denk aan de decors en kostuums van Nico, heb ik beeldschone, fantasierijke toneelbeelden voor ogen. Die altijd op mijn netvlies zullen blijven staan. Ik heb wel gezien dat acteurs ten onder gingen aan zijn scheppingsdrang en slachtoffer werden van zijn ongekende fantasie- want het moest wél doorgaan zoals Nico het wilde. Zo voelde de acteurs van het narrenkoor in Websters ‘De hertogin van Malfi’ zich flink ongelukkig in hun outfit. Ik kwam er als Daniel de Bosola in een soepel zeemleren pak makkelijk van af. Zij werden wit geschminkt en in reusachtige bolvormige witte pakken gehesen waarin zij min of meer gevangen zaten. Met enorme narrenkappen met belletjes op en tootschoenen aan met wel punten van wel vijftig centimeter lang. Lopen in die dwangbuizen lukte maar nauwelijks. Natuurlijk kwam er commentaar: wat zij hierin moesten. ‘Wij zijn toch volwassen mannen Nico, met vrouw en kinderen thuis!’ Het was bizar – alsof er een optocht grote witte, bepuntmutste aardappelen het toneel op flapperde (zie foto). Achter de schermen stond een evenwichtsbalk waarop zij konden zitten en voor zover hun pak het toeliet door een rietje iets konden drinken. Toen Hans Kemna als de hoveling Delio in een paarsig renaissancekostuum- inclusief maillot met één paars en één groen been in lange puntschoenen- van onder een enorme hoed tijdens een toneelrepetitie vertwijfelt de zaal in riep: ‘Nico , dit kán toch niet, wat moet ik hier in godsnaam mee?’, klonk vanuit het duister het onvergetelijke antwoord: ‘Hans, jij vertegenwoordigt hier het ontwaken van de renaissance…’ En zo werd er verder gespeeld. Dankzij de visuele terreur heeft Nico adembenemend mooie theaterbeelden gemaakt.”


Kleur op de planken, decors en kostuums van Nicolaas Wijnberg
Nog te zien tot 19 december 2008
Theatermuseum, Herengracht 168, Amsterdam
http://www.theatermuseum.nl/



Conservator Joke van Pelt schreef bij de tentoonstelling een boek met prachtige illustraties:
Een kleurrijke parade, de scenografie van Nicolaas Wijnberg


Formaat: 15 x 21 cm, Pagina's: 104, ISBN: 978-90-70892-89-0, Uitgever Theater Instituut Nederland. Verkoopprijs Euro 15. Verkrijgbaar in het TIN maar kijk ook eens op de website van de theaterboekwinkel (bij de links op deze blog).

maandag 24 december 2007

Wende Snijders: van ‘tapdansende koe’ tot stralende ster

Zangeres Wende Snijders ’speelt’ met het publiek en heeft ontzettend veel charisma. Afgelopen zaterdag zag ik de theatershow ‘Wende’. Als ze zingt lijkt de tekst en de invulling op het moment vanzelf te ontstaan: spontaan en eerlijk.

Edith Piaf is één van de Franse helden van Wende Snijders (“die stem en die performance!”)

Wendes internationale debuut was in 2003 op een rondvaartboot met een snel geregelde saxofonist (“er waren geloof ik drie mensen op die rondvaartboot, en ze keken me aan alsof ze een koe zagen tapdansen”)

Parijs is de plaats waar Wende in Frankrijk naar verbannen mag worden (“maar dan wel naar de wijken waar het ’s ochtends naar espresso en parfum ruikt”)

De melodie van het Frans is haar grootste liefde (“de zachtheid en de hardheid, in het Frans kun je vuur spuwen en strelen”)

Wende lijkt al lang niet meer op ‘de koe die tapdanst in een rondvaartboot’, de hele zaal is verliefd op haar. Haar Franse chansons ‘spuwen vuur en strelen’, en écht niet alleen door de Franse taal, maar vooral Wende zelf spuwt vuur, en kan met het zelfde gemak het publiek verwennen met haar strelende stem. Na een staande ovatie, trakteert Wende de zaal nog op twee liedjes. Gelukzalig zakt het publiek weer terug in de stoelen. Ook ik zou het niet erg vinden om naar Parijs verbannen te worden. Naar een Parijse bar waarin de barman en bouwvakkers, vlak voor hun werk, het nieuws uit de krant heftig bediscussiëren onder het genot van een kopje espresso.


In het tijdschrift ‘Leven in Frankrijk’ staat een interview met Wende Snijders. Ze is zangeres en studeerde aan de kleinkunstacademie van Amsterdam. Cursief vier sfeerimpressies uit het interview.

Website: http://www.wende.nu/

vrijdag 3 augustus 2007

De magie van het theater ontrafelen?

In het Burcardo theatermuseum in Rome is veel te zien: van kostuums tot schilderijen, foto’s, poppen en theaterscripts. In een theatermuseum laat je de magie van het theater zien of voelen.
In dit museum proberen ze dat door een heel veelzijdige collectie tentoon te stellen.

Het Burcardo museum laat vooral veel personages zien, bijvoorbeeld de stamvader van de Nederlandse Jan Klaassen: Pulcinella. Het is een van de vaste personages van Commedia dell’arte. Commedia dell’arte is een Italiaans geïmproviseerd toneel type dat vooral in de 16e tot de 18e eeuw werd gespeeld. De komedies werden altijd gespeeld door dezelfde personages met dezelfde soort kleding. Pulcinella zit vol van fantasie en is zeer creatief. Hij vervult de rol van zanni: een komische bediende. En eigenlijk is Pulcinella mysterieus en vol tegenstellingen. Sarah Bernhardt was ook een karakter op zich, mysterieus en vol tegenstellingen en ze speelde natuurlijk in Rome. Bovendien zijn er veel portretten en theaterfoto’s te zien van haar beroemde Italiaanse tijdgenote Eleonore Duse (illustratie rechts).


In Rome zijn schitterende marionetten te zien: stuk voor stuk poppen met véél karakter en prachtige personages. Personages en karakters dragen voor een deel bij aan de magie van het theater. Personages die nog duidelijker naar voren komen met kostuums, decor en tekst. Het is allemaal te zien in het Burcardo Theatermuseum. De veelzijdigheid van het museum zorgt er dus voor dat bijna alle elementen die bijdragen aan de magie van het theater ‘ontrafeld’ zijn.

Maar de magie van het theater blijft toch onbereikbaar. Gelukkig! Als ik een avondje naar theater ga, hoop ik verrast, ontroerd, geamuseerd of op welke manier dan ook geraakt te worden. Ik zou het verschrikkelijk vinden om precies te weten hoe de magie van het theater ontstaat. Het zijn ontzettend veel elementen die ertoe bijdragen, het is simpelweg niet in één museum samen te vatten ook niet door een enorme veelzijdigheid. Zelfs het publiek werkt mee aan de magie, daardoor is het elke voorstelling weer de vraag hoe de voorstelling zal uitpakken. Elke voorstelling is uniek met zijn eigen magie.

Het Burcardo Theatermuseum ligt vlak bij het Theatro Argentina waar veel beroemde opera’s in première gingen. Via del Sudario 44, Rome. (In augustus gesloten).

donderdag 19 juli 2007

De kunst van het doen alsof

Ik kende Sarah Bernhardt alleen van een gedicht geschreven door Hans Vlek. Een gevelgedicht in Den Bosch. Het staat op de zijgevel van een restaurant geschilderd:


Als ik sterf
dan liefst
zoals
Sarah Bernhardt.
Theatraal
groots,
ontroerend.
En dan
weer opstaan
voor de bloemen.


Deze week ging ik naar een tentoonstelling in het Joods Historisch Museum: ‘Sarah Bernhardt, de Kunst van het Grote Drama’. Sarah Bernhardt werd voor mij meer dan een gevelgedicht, ze kreeg een gezicht.





De knappe actrice Sarah Bernhardt (1844-1923) was mysterieus en veelzijdig. Op de tentoonstelling zie je alles terugkomen: de mythe dat ze in een doodskist sliep om zich beter in een toneelrol te kunnen inleven, tot karikaturen van een geldwolf met een grote neus.
Bernhardt was een meester in het sterven op toneel. Ze heeft het vele malen gedaan en het was eigenlijk tijdens elke voorstelling vaste kost. De kunst van het doen alsof, de kunst van elke keer sterven (en opstaan voor de bloemen). Sarah was een ster op het toneel en ook daarbuiten. Ze was een multi-talent, ze was buiten actrice ook beeldhouwer, schilder, ondernemer en model. Ze kon veel, was geliefd maar tegelijkertijd omstreden. Een beroemdheid roept altijd mythes en verhalen op en is bovendien een ideale persoon om karikaturen van te maken. Ook nu nog worden er mythes rond beroemde mensen gevormd, denk alleen al even aan de vele roddelbladen die elke week weer de sappigste verhalen over hun beroemdheden paraat hebben. Bekende personen zijn voer voor karikaturisten.

Je kunt het zo gek niet bedenken of het is op de expositie te zien: haar spiegel, kleding, films, toneelfoto’s, geluidsopnames en reclames. Misschien wat chaotisch, maar toch denk ik dat het de beste manier is om Sarah Bernhardt weer tot leven te wekken. Ze was veelzijdig en dé superster van de 19e eeuw.

Xandry

De expositie duurt nog tot 16 september 2007 in het Joods Historisch Museum. Hieronder vind je een link naar de site van het joods historisch museum: ‘Sarah Bernhardt De Kunst van het Grote Drama’
http://www.jhm.nl/tentoonstellingen.aspx?ID=127

Foto: Andy Warhol portretteerde Sarah Bernhardt als één van tien beroemde Joden uit de 20e eeuw.