Posts tonen met het label Dans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dans. Alle posts tonen

maandag 10 augustus 2009

Ashes: verwoed zoeken naar vastigheid

Het toneel is donker. In de schaduw staat een verlaten grijs bouwwerk. Plotseling vallen onzichtbaar aanwezige dansers op de grond. Stilte. De stilte na een uitbarsting. Voorzichtig begint er een lampje te flikkeren. Een vrouw met een enorme parasol komt op, haar felgekleurde verschijning contrasteert met de omgeving. De dansers die nog altijd roerloos op de grond liggen beginnen te bewegen. Met stuiptrekkingen drijven ze de vrouw tot wanhoop. Met een gejaagde ademhaling en een ongecontroleerde blik lijkt ze te zoeken naar veiligheid en vastigheid.
‘Ashes’, een voorstelling van het dansgezelschap Les Ballets C de la B, is een zoektocht. De voorstelling die gedurende Festival Boulevard in Den Bosch te zien is, is vooral een zoektocht naar elkaar. De dansers lijken toenadering te zoeken, maar vinden die niet. In een zoektocht naar geborgenheid, wordt er veel gedanst op en met de grond. Maar ondanks de vaste grond, de dynamische en reikende bewegingen en veelvuldig fysiek contact kunnen de dansers niet verhinderen dat ze elkaar en een punt van veiligheid in de constante chaos mislopen. Of vinden de dansers in de vluchtigheid toch even een moment van berusting, liggend met het hoofd op elkaars schouders?

In de duetten lijkt van genegenheid in ieder geval geen sprake. Door naar elkaar te blazen voorkomen ze dat de ander tegen hen kan aankruipen. De lucht is een metafoor voor de barrière die de dansers niet kunnen overwinnen, maar tegelijkertijd ook zelf creëren. Net zoals een danseres in een spelletje met de simpele woorden ‘Viens!’ en ‘Pas!’ de ander in de macht houdt. Bij ‘Viens!’ komt de danser een stap dichterbij, maar bij ‘Pas!’ moet juist weer een stap terug worden gedaan. Een spel dat leidt tot een kat en muis gevoel. De een probeert de ander te vangen, maar dat kan op het laatste moment steeds plagerig voorkomen worden. Tenslotte is er nog een duo dat letterlijk uit elkaar wordt gehouden door een houten staaf tussen hen in. Hier blijkt toch ruimte voor affectie. De zoektocht is niet alleen een wanhopig zoeken naar vastigheid, waarbij de dansers van te voren al weten dat ze zullen stranden en geen vaste handvatten zullen vinden in de chaos. Een van de dansers loopt als een dronkenman door het gezelschap heen. Met een zekere naïviteit en onschuldigheid loopt hij door de gevaren heen. Een manier van voortbewegen die doet denken aan Charlie Chaplin die, zonder er zich zelf bewust van te zijn, de grootste problemen en gevaren kon veroorzaken in zijn films. De danser ontlokt angstige kreetjes bij het publiek; maar hij is als een kat die altijd op zijn pootjes terecht komt. Uiteindelijk vormt zich een eenheid. De dood van dezelfde danser zorgt voor die eenheid in de groep. Tot… hijzelf weer begint te praten en zegt dat ze zich toch echt met hun eigen dingen moeten gaan bezighouden. Zo glipt de danser toch nog uit de vingers van de groep.


Les Ballets C de la B
Koen Augustijnen, choreografie
Wim Selles, muziekregie, composities van G.F. Händel
Amaryllis Dieltiens en Steve Dugardin, zang
Athanasia Kannellopoulou, Beniamin Boar, Chantal Loïal, Gaël Santisteva, Grégory Edelein, Jakub Truszkowksi, Ligia Manuela Lewis en Sung-Im Her, dansers
Guy Cool, dramaturgie
Jean Bernard Koeman, decorontwerp
Gezien 8 augustus 2009, Theater aan de Parade ‘s Hertogenbosch

vrijdag 26 juni 2009

Hommage aan Les Ballets Russes

Tijdens het Holland Festival is een ode gebracht aan het legendarische gezelschap ‘Les Ballets Russes’, dat onder leiding van Serge Diaghilev 100 jaar geleden haar eerste voorstelling gaf. Diaghilev was een briljante impresario die grote dansers uit Rusland zoals Nijinksi en Pavolva in het Westen introduceerde. De choreografen, decorontwerpers en componisten die Diaghilev aan zijn gezelschap verbond, prijken in de geschiedenisboeken en spreken nog steeds tot de verbeelding. Dit is ook te zien in de hommage aan het gezelschap door het Nationale Ballet.

De eerste choreografie is ‘Les Sylphides’ van Fokine, ingestudeerd door Rachel Beaujean. Uiterst gracieus bewegen de sylphides in witte tutu’s over het podium. Een groot aantal danseressen en één danser zetten niet zozeer een verhaal neer. Het is een ballet zonder een eenduidige plot. Het zet een sfeerbeeld neer. Het ballet heeft een grote dramatische zeggingskracht.

De tweede choreografie is ‘De verloren zoon’ van Balanchine, ingestudeerd door Patricia Neary. Onbesuisd verlaat de zoon zijn ouderlijk huis en trekt de wijde wereld in. Krachtige en roekeloze bewegingen kenmerken de zoon die onbevangen aan een groot avontuur begint. In zijn reis ontmoet hij 9 wezens, hun ongecontroleerde en aardse bewegingen werken op de lachspieren van de toeschouwers. Plotseling staat hij oog in oog met de sirene, met statige bewegingen maakt zij een indrukkende intrede. Verheven en majestueus speelt ze haar spel, ze weet de aardse wezens voor zich te winnen en de zoon wordt beroofd van alles wat hij heeft. Beroofd en ontfutseld sleept de zoon zich weer naar zijn ouderlijk huis met de wijze en goedaardige vader. Daar geeft de zoon zich vol overgave aan zijn lang verloren vader. Hij wordt beschermend ingesloten in de warme cape van zijn vader. Hartverwarmend!


De derde choreografie ‘Sherezade’ is een nieuwe choreografie van de Poolse choreograaf Krzysztof Pastor. De overtuiging van de choreograaf is dat het verhaal van ‘Sheherezade’ altijd een product is geweest van de fascinatie voor het Oriëntaalse. Het werd altijd gezien als iets zwoels. Nu komt de cultuur veel dichterbij; we hebben een heel andere kijk op het Oriëntaalse. De ‘Sherezade’ van Pastor is een hedendaagse benadering die verwijst naar de politieke en sociale werkelijkheid. Het doel van de choreograaf is een sfeer neer te zetten door middel van associaties. Een sfeer meer dan een duidelijk verhaal. Dat is de choreograaf zeker gelukt. Maar helaas: aan samenhang mist het in de voorstelling. Fragmentarisch zijn de videobeelden, de operazangeres en de verschillende dansers bij elkaar gevoegd. Het is niet één geheel en zo komt de choreografie niet goed uit de verf. In een bombardement van theatrale middelen verzinkt de toeschouwer in een overvloed aan elementen die niet op elkaar aansluiten. De toeschouwer blijft met veel vragen: waarom zijn bepaalde keuzes gemaakt, wat betekenen deze keuzes?


Het Nationale Ballet
Gezien 20 juni, Het Muziektheater, Amsterdam
Muziek Holland Symfonia onder leiding van Otto Tausk
Foto’s Angela Sterling

zondag 3 mei 2009

Ondeugende blikken in strakke precisie

Het is stil. Langzaam klinkt systematische gedreun, het doet denken aan bewegende onderdelen van weefmachines in een textielfabriek. Omringd door het opjagende gebonk en gedreun: dan is het plotseling stil. Vier dansers worden zichtbaar en laten zich op de grond vallen. Het eerste deel van de voorstelling is er alleen de ademhaling van de dansers, ze rollen over de grond, ze veren op, en vallen weer terug op de grond. Al in 1983 was Rosas danst Rosas een opzienbarende voorstelling. Tegenwoordig wordt de voorstelling, met een duidelijke handtekening van de choreograaf Anne Teresa de Keersmaeker (foto boven), gezien als een mijlpaal in de dansgeschiedenis, en houdt de toeschouwers nog altijd in haar greep. Het is een voorstelling waarin vier vrouwen – met Anne Teresa zelf – in een uiterst sobere, maar tot in de puntjes verzorgde, enscenering dansen. Opvallend is onder andere de prachtige belichting gedurende de voorstelling.


Kenmerkende bewegingen als het strijken door de haren, het lostrekken en rechttrekken van een T-shirt, het vallen, het rennen, het opveren worden uitgevoerd met een wiskundige en strakke precisie. De repetitieve bewegingen worden gekenmerkt door mathematische structuren, toch is er ook plaats voor nonchalance en sterk emotioneel geladen bewegingen. Onderuitgezakt zitten de vrouwen nonchalant met het ene been over het andere geslagen; ondeugende blikken worden naar het publiek gericht. Als de voorstelling is afgelopen volgt een staande ovatie, door de gehele zaal hoor je BRAVO!-geroep dat minutenlang aanhoudt. Ik ben erg blij dat ik hier bij mocht zijn: wat een voorstelling…

Gezien tijdens Springdance in Utrecht op 24 april 2009.
Recensie van Mirjam van der Linden in de Volkskrant:
http://www.volkskrant.nl/kunst/article1188668.ece/Rosas_neemt_groots_bezit_van_de_ruimte

Van Rosas danst Rosas is een DVD beschikbaar, prachtig gemonteerd van een voorstelling in een oude fabriekshal. http://www.beslist.nl/dvd-video/d0000016848/Rosas_Danst_Rosas.html

maandag 20 april 2009

Springdance: een ode aan Pina Bausch

Het festival Springdance viert dit jaar haar vijfentwintig jarig bestaan jubileum. Jarenlang gold het festival als een voorvechter van de presentatie van de hedendaagse dans. De naam van het festival is een ode aan de legendarische choreograaf Pina Bausch. Gedurende de voorstelling ‘Rite of Spring’ van choreograaf Pina Bausch in 1982, zat artistiek leider van het festival George Brugmans achter haar. Hij verwonderde zich dat Bausch zo fanatiek zat te schrijven bij een voorstelling die al zo vaak was opgevoerd. Als een eerbetoon gaf hij het festival de naam ‘Springdance’, dat was afkomstig van de titel van diezelfde voorstelling ‘Rite of Spring’. Nog steeds presenteert Springdance hedendaagse dans uit zowel binnen- als buitenland. Artistiek leider Bettina Musauch richt zich bij het vijfentwintigjarig jubileum ook op iconen uit het verleden. Niet verwonderlijk is dan ook de keuze voor de openingsvoorstelling ‘Lutz Förster’ van Jérôme Bel. De voorstelling is een solodansvoorstelling van Lutz Förster, ooit danser bij onder andere José Limón Dance Company en Tanztheater Wuppertal van Pina Bausch. Zo vormt deze openingsvoorstelling indirect ook een ode aan de choreografe.
Na een welkomstwoordje van de artistiek leider Bettina Musach, komt Lutz Förster op in een driedelig pak, hij begint aan een beknopte autobiografie. In een vogelvlucht neemt hij het publiek mee van zijn school Folkwang Hochschule Essen, naar het Tanztheater Wuppertal van Pina Bausch, naar José Limón Dance Company en naar een uitdagende voorstelling van Robert Wilson. Lutz Förster is niet alleen een benadigd danser, zo blijkt al snel: de charmeur pakt het publiek in vanaf het begin met zijn acteerwerk. Anekdotes, repetities en voorstellingen passeren de revue. Hoewel dit een voorstelling is waarin veel wordt verteld, danst de oude coryfée ook. Met een lichaam dat niet meer zo soepel is, weet Lutz Förster tóch te overtuigen. Een klassiekere choreografie van José Limón gaat wat strammer, maar Lutz Förster blinkt nog steeds uit in een solo van Pina Bausch. Hilarisch is de anekdote waarbij de normaal toch strikte Robert Wilson Lutz Föster een aparte opdracht geeft: hij moet al dansend zorgen dat hij zwart opkomt en wit af gaat. Levendig kun je je voorstellen wat een moeite dat moet hebben gekost…

De lichten gaan weer aan, verbouwereerd proest mijn vriendin uit: ‘Is het nu al afgelopen? Ik dacht dat we hier hoogstens een kwartier zaten.’ Dát is precies het gevoel dat ik ook heb. Met een brede glimlach lopen wij dan de schouwburg uit. Wat was dit een goede voorstelling!
Lutz Förster, concept en regie Jérôme Bel
met fragmenten uit stukken van: Pina Bausch (Kontakthof, 1980 - Ein Stück von Pina Bausch, Nelken, Ahnen, Für die Kinder von gestern, heute und morgen), José Limón (The Moor’s Pavane).

Gezien 16 april, Schouwburg Utrecht
Nog tot en met 26 april: http://www.springdance.nl/

zaterdag 28 maart 2009

Vier temperamenten: soberheid overtuigt

Vier temperamenten is een dansvoorstelling waarin de muziek erg belangrijk is. Het programma bestaat uit vier choreografieën. Bij elk van hen is de muziek op verschillende manieren erg belangrijk. De balletten van vier verschillende choreografen worden uitgevoerd door de het Nationale Ballet.

Het programma begint met een choreografie van de in 1983 overleden Russisch-Amerikaanse choreograaf Balanchine. Van hem werd gezegd dat hij muziek ‘zichtbaar’ maakte in de dans. Met een enorme muzikaliteit maakte hij zijn dansen door heel goed naar de muziek te luisteren. Doordat hij het academisch ballet moderniseerde, werd hij een van de grootste dansvernieuwers van de vorige eeuw. In uiterst eenvoudige kleding, pronken de dansers van het Nationale Ballet in de choreografie ‘De vier Temperamenten’, die niet aan kracht heeft ingeboet. De sobere choreografie met heldere geometrische lijnen verbluft nog steeds. De hoge, snelle en impulsieve beenbewegingen geïnspireerd op het snelle Amerikaanse leven en de heup- en bekkenbewegingen uit de jazz- en showdans zorgen dat Balanchine’s choreografieën nog altijd veel navolging krijgen onder andere choreografen.


Geregeld noemt Hans van Manen Balanchine als een van zijn grote voorbeelden. Hij zegt daarover: ‘Als ik in de studio ben, kijkt Balanchine altijd over mijn schouder mee.’ En inderdaad: ook in de choreografie Concertante van Van Manen wint soberheid en ijzersterke logica. Hij heeft echter wel een prachtige eigen danstaal ontwikkeld. Concertante is de laatste choreografie van het programma ‘De vier temperamenten’. Fiere dansers bewegen zich over het podium; er heerst een spanning. Ook Hans van Manen overtuigt met een heldere en even simpele, maar o zo kloppende choreografie.

Dan zijn er ook twee wereldpremières te zien in het programma. Een wereldpremière van de choreografe Dominique Dumais en van de choreograaf Martin Schläpfer. Schläpfer is duidelijk geinspireerd door Hans van Manen. Ook in zijn werk overheerst eenvoud, maar wat vooral opvalt zijn de ingenieuze trio’s van de dansers. Waarbij op geen enkel moment sprake is van een driehoeksverhouding: alle drie de dansers vormen een geheel, waar de armen en benen uitsteken, en het niet duidelijk is van welke danser de armen en benen nou eigenlijk zijn. Toch overtuigt Schläpfer minder dan zijn grote voorlopers Balanchine en Van Manen. Misschien ook niet helemaal eerlijk: want die overtreffen is (vrijwel) onmogelijk.

Tenslotte is er ook een wereldpremière van de jongste choreografe: Dominique Dumais. Haar werk is totaal anders dan de andere balletten van het programma. Waar de anderen allemaal werken met een blauw achterdoek, heeft zij een decor: Er hangen enorme mobiles in de lucht, met aan elk uiteinde een stoel, en in het midden een tafel. Ook hangen er stroken aan de achterkant van het toneel, die, zoals later zal blijk, zullen dienen voor de dansers om schuin naar boven te lopen en weer terug naar beneden te glijden. De dansers dragen luchtige kostuums. Elke danser draagt iets anders, terugkerend zijn de bloemendesigns. Op de ritmische woorden van de schrijfster Virginia Woolf, bewegen de dansers zich in een rustgevende flow voort. Een mooie choreografie.

Eerste foto: Sascha Radetsky
Tweede foto: Michele Jimenez en Jozef Varga
Derde foto: Seh Yun Kim, Mathieu Gremillet, Juanjo Arques
Vierde foto: Anu Viheriänta

Gezien in Amsterdam 21 maart 2009
Nog te zien tot en met 5 april

donderdag 19 februari 2009

Cultuurbotsing: wel energie, mist spanning

Zwanenmeer Bijlmermeer II is een samenwerkingsproject tussen klassieke dansers van het Nationale Ballet en urbandansers van het gezelschap Don’t hit mama. Het belooft een spannende ontmoeting te worden tussen twee dansstijlen en culturen. Het Nationale Ballet wil met de voorstelling een nieuw publiek bereiken. Samenwerken met Don’t hit mama lijkt de ideale combinatie hiervoor. Een voorstelling met een fascinerende ontmoeting tussen de culturen, een kijkje achter de clichés. Als bij de inleiding wordt verteld dat er in Tchaikovsky wel degelijk een beat zit, ben ik helemaal benieuwd! Het valt echter tegen: de voorstelling is alles behalve spannend. De voorstelling kabbelt voort. De energie en het enthousiasme van de urbandansers maken meer indruk dan de klassieke dansers.

In de voorstelling is het originele verhaal van het Zwanenmeer volledig losgelaten. Universele thema’s en verbanden tussen het Zwanenmeer en stadsverhalen vormen het uitgangspunt. Toch winnen de verschillen tussen de culturen de aandacht. De dansers worden naast elkaar geëtaleerd. De nadruk ligt op de contrasten. Het is een collage voorstelling waarin urban en klassiek naast elkaar staan, maar tot een échte ontmoeting komt het niet. Bijna een opluchting zijn de parodieën van de urbandansers op de klassieke passen: héél even wordt er contact gemaakt. Toch mist de voorstelling balans. Zwanenmeer Bijlmermeer II blijkt een energieke voorstelling. Een zoektocht van tien dansers vanuit verschillende achtergronden om met elkaar een voorstelling te maken. Het blijft bij de zoektocht. De klassieke dansers staan model in prachtige klassieke poses, in een soms wat onbeholpen choreografie. Te midden van een energie explosie. Een voorstelling zonder harmonie en spanning.

Zwanenmeer Bijlmermeer II
Gezien in Schouwburg Rotterdam, 15 februari 2009

zondag 4 januari 2009

Twee Notenkrakers: totaal verschillend en toch hetzelfde

Ik stap het theater ‘Coliseum’ in Londen binnen met een kaartje voor de Notenkraker. Het vriest buiten en ik heb een lekker dikke wintertrui aan. Het eerste dat ik zie zijn… galajurken. O nee, ik schrik: dat had ik niet verwacht! Ik hoop maar dat er ook mensen zijn met warme wintertruien. Ik ben te vroeg en lees in het programmaboekje, het ziet er veel belovend uit! Prachtige foto’s, met enorme decors. Er staat (heel grappig): ‘It was the best ballet I have ever seen, and I have seen lots of ballets!’ Kathryn Piekarski (11) Cheshire. Het klopt. Het is zeker indrukwekkend! Dit heb ik in Nederland nog nooit gezien. Een honderd jaar oud theater, prachtige decoraties op de wanden. Alleen in dit theater zitten is al een hele belevenis! Er zijn balkons aan de beide zijden van het podium, vanuit de balkons kun je zowel het podium bekijken als de zaal. Vroeger was het ‘gezien worden’ minstens zo belangrijk als het zien. Nu nog zijn het duurdere kaartjes. Er zitten families aan de champagne, op één balkon krijgt een jarige dochter cadeautjes. Gelukkig zie ik meerdere wintertruien in de zaal, toch blijft het verwonderlijk hoe sommige bezoekers zich hebben uitgedost. Galajurken, nette pakken en hoge hakken kun je in de zaal zien. Zelfs kleine meisjes van een jaar of acht dragen hoge hakken. Het lijkt wel alsof ze naar een première gaan… De Notenkraker is een klassiek ballet zoals klassiek ballet behoort te zijn: danseressen die ontzettend lenig zijn en immense sprookjesdecors waarbij je kunt wegdromen. Opvallend zijn de vele verhaallijnen binnen de voorstelling: kleine verhaaltjes binnen het verhaal. Zo is een opa-tje verliefd op een jonge balletdanseres. Hoewel hij normaal met een rollator loopt, haalt hij voor de jonge danseres wonderbaarlijke acrobatentoeren uit. Iets dat in de originele Notenkraker helemaal niet van toepassing is. Wáár je ook kijkt, er gebeurt enorm veel op het toneel. Deze voorstelling van het English National Ballet met veel dansers, live orkest muziek en veel verschillende decors is overrompelend!

Enkele weken terug heb ik de Notenkraker van het Scapino ballet in de schouwburg van Rotterdam gezien, iets totaals anders. Het is een van de drie Notenkrakers die afgelopen kerstperiode in Nederland te zien waren. Scapino’s Notenkraker was een modern ballet, met een sober decor. De eerste avondvullende voorstelling van choreograaf Marco Goecke. Bij de inleiding van de voorstelling worden we gewaarschuwd dat het geen klassiek ballet, met enorme decors en kostuums zal zijn. De voorstelling is wél een feest van herkenning: kinderlijke fantasieën in een donkere slaapkamer. Het podium is niet geheel verlicht, en blijft de hele voorstelling vrij donker, net als in de slaapkamer. Rond het podium staan in een u-vorm allemaal linnenkasten. Uit de linnenkasten komen enge muizen, als in een nachtmerrie. Maar ook verschijnen er lichtjes en kaarsjes. Voorzichtig en klein, net als het kleine slaaplichtje dat er voor zorgt dat het nooit echt donker wordt. Een ultieme kinderdroom met snoepjes die uit kasten storten, en een enorme teddybeer die door de slaapkamer loopt. Marco Goecke (foto) is een heel eigenzinnige choreograaf. Je herkent zijn choreografieën meteen: een choreograaf met een heel vernieuwend concept. In de moderne dans is het niet gebruikelijk om met de armen te dansen, Marco Goecke laat als een van de eerste wel met de armen dansen.

De Notenkraker is een ballet uit 1892 op muziek van Pjotr Iljitsj Tjaikoskvi.

De Notenkraker, Scapino Ballet, Schouwburg Rotterdam, 14 december 2008
Choreografie Marco Goecke, dramaturgie Anja von Witzler, met o.a. dansers Mischa van Leeuwen, Ralitza Malehounova, Annemarie Labinjo- van de Meulen en Min Li.

The Nutcracker, English National Ballet, London Coliseum, 29 december 2008
Choreografie Christopher Hampson, met o.a. dansers Lisa Probert, Fabian Reimar, Adela Ramirez en James Forbat.

maandag 1 december 2008

Een beetje Hans Kazan… en een stortvloed aan dwarrelde veertjes


Een zwart achterscherm met doorgangen voor de dansers en een wit projectiescherm zijn de enige elementen waaruit het decor bestaat. Er staat een kaarsje aan de voorkant van het podium. Er klinken heftige orgelklanken. Een danseres danst naar het kaarsje toe, ze laat zich langzaam van het podium rollen. Even ben ik jaloers op de toeschouwers op de eerste rij, het lijkt me zo leuk daar nu te zitten. Dan zit je plotseling naast een van de danseressen! De voorstelling gaat door, na de heftige orgelklanken komt er een stuk in stilte, een danser danst een solo. Er vallen veertjes naar beneden, de danser is omgeven door de stortvloed van dwarrelende zwarte veertjes. Het tweede deel van de choreografie klinkt er pianomuziek. Drie duetten kenmerken de voorstelling.

Waar gáát de voorstelling over, is mij gevraagd in een college. Wat is mijn interpretatie? Het gaat volgens de choreografen om vriendschap en verlangen enerzijds en anderzijds om de schreeuw naar de realiteit van alledag. Volgens mijn medestudenten gaat het over een man, de danser die danst tussen de veertjes, die denkt aan zijn relaties uit het verleden: de drie duetten.
Moderne dans blijkt moeilijk te zijn. Wat betekent de choreografie? Waar gaat het over? Gaat het wel over iets? Wat moderne dans voor mij toegankelijk maakt, is dat je er zèlf iets uit kunt halen. Waar jij denkt dat het over gaat… wat jou heeft geraakt. En dat is nooit fout.

Een solo van een danser. Ongelooflijk hoe groot de controle over zijn lijf is. Alle lichaamsdelen lijken apart van elkaar te kunnen bewegen. Plotseling komt er een bewegende struik het podium op. De danser wordt gevangen door het bos. Hij lijkt even niet meer los te komen, hij is in gevecht met de natuur. En de gedroogde herfsttakken en bladeren blijken zijn ergste vijand.

Even later waan ik me even in de Middeleeuwen als toeschouwer van een theaterspektakel, met vernuftige ‘special effects’. Er gaat een schok door het joelende publiek op het marktplein: de acteur lijkt te vliegen! Zoals bij een show van Hans Kazan, waarbij het publiek zich afvraagt of er niet toevallig palen worden gebruikt om iemand omhoog te tillen vanachter het gordijn. Maar ik zit in de stadsschouwburg van Utrecht, en kijk naar een dansvoorstelling van het Nederlands Dans Theater II. Verbaasd zit ik te kijken naar de kunsten van de danser: hij beweegt zo snel met zijn benen, dat ik even écht denk dat hij over het toneel zweeft.

Knarsende en piepende geluiden, tegelijkertijd klinkt er opzwepende muziek. Dansers in sobere kostuums dansen een dynamische en krachtige choreografie. Achter hen hangt een gordijn, een regenval van verlichting. De dansers stappen achter het gordijn vandaan op het podium. Langzaam komt het gordijn in beweging, het beweegt van links naar rechts en weer terug… iedere keer als er een danser door het gordijn komt, verstoort dit de rust in het gordijn.

Said and Done van Lightfoot León
Nichts van Marco Goecke
Gods And Dogs van Jirí Kylián

Nederlands Dans Theater II. Zestien jonge dansers tot 23 jaar. Internationaal staat NDT II bekend als een van de meest vooruitstrevende gezelschappen op het gebied van de moderne dans. Gezien in stadschouwburg Utrecht.

zondag 26 oktober 2008

Merce Cunningham, maar dan niet uit de boekjes…


Merce Cunningham: een levende danslegende. Zijn gezelschap uit New York komt in drie steden in Europa optreden. En ik ben erbij! Iedere dansliefhebber kent Merce Cunningham en zijn techniek, maar het is altijd fijn als je kennis even wordt opgefrist. Voor de voorstelling geeft danswetenschapper Liesbeth Wildschut, verbonden aan de Universiteit van Utrecht, een inleiding. Zij geeft in het kort Cunninghams zienswijze op de dans weer. Die is in zeven punten samen te vatten:
Een: Iedere beweging kan als danspas gelden.
Twee: Toeval speelt een grote rol bij het maken van een choreografie, niet alles hoeft de keuze van de choreograaf te zijn.
Drie: Ieder deel van het lichaam kan gebruikt worden om te dansen.
Vier: Choreografie, muziek, kostuums, decor en licht zijn afzonderlijke kunstwerken.
Vijf: Iedere danser kan solist zijn.
Zes: Iedere ruimte kan dienen als theater of dansruimte.
Zeven: Dans kan over alles gaan, maar gaat primair over het menselijke lichaam en de bewegingsmogelijkheden.

Een techniek, een danslegende, in zeven punten samengevat. Ik zit tijdens de voorstelling van zijn company ijverig te zoeken naar de zeven punten, en ja! Ik zie ze echt. Maar ik zie nog veel meer. Wat mijn aandacht het meest trekt is de oudere danser. Tussen de jongere dansers, die hun benen opgooien, met het gemak alsof ze aardappelen staan te schillen, is hij een beetje een uitzondering. Hij gooit zijn benen niet meer zo hoog, en alles gaat net iets minder soepel. Toch zit ik de hele tijd naar hem te kijken: wat kan die man dansen! Zo integer, zo geconcentreerd.

De voorstelling bestaat uit drie delen. Voor de aanvang van de voorstelling heeft ieder toeschouwer een I-pod aangereikt gekregen. Een bejaard echtpaar voor mij, staan geconcentreerd te luisteren naar de instructies van de schouwburgmedewerkster. Die i-pods zullen we bij deel drie (eye Space, zie foto) op moeten zetten, en dan kun je vervolgens zelf de muziek uitkiezen, die je tijdens het dansstuk luistert. Merce Cunningham is een man van 89, die vanwege zijn gezondheid niet in Breda was. Maar hij blijft een vernieuwer: dans bekijken met individuele i-pods!

The dance has a meaning, but that’s not the point
Bespreking in New York Times van de choreografie Second Hand:
http://www.nytimes.com/2008/03/29/arts/dance/29seco.html?_r=1&oref=slogin

Gezien in Chassé Theater, Breda
Fabrications (1987), Second Hand (1970) en
eye Space (2006), 11 oktober 2008, Merce Cunningham Dance Company (foto van Anne Leibovitz)

zondag 21 september 2008

Drie psychonauten en opgejaagd wild

Er ligt een zak ballonnen op het podium, er steken benen uit. Langzaam beginnen de benen te bewegen, ze beginnen de omgeving te verkennen. Er blaast een groot wit luchtkussen op. Voorzichtig verkent het wezen de luchtmat. Het springt, rolt, veert en bonkt zich een weg over de mat. Het ontdekt de ruimte. Langzaam komen ook armen tevoorschijn. Het is net een kuiken die uit zijn ei kruipt.

Bubbleissues is een voorstelling over het beschermen van een ruimte tegen de bedreigingen van buitenaf. Als opgejaagd wild rennen de dansers over het luchtkussen: het is duidelijk, dat is hún territorium. Agressief schiet een van de danseressen kogels uit haar onzichtbare pistool, het publiek haalt het niet meer in hun hoofd om het territorium te betreden! Zeker niet nadat de danseres in het enorme ballonnen kostuum op het luchtkussen begint te springen. De ballonnen knallen kapot. Het publiek schrikt en druk zich verder terug in hun stoel. Knallen klinken in het hele theater. Tijdens de voorstelling zien we op het grote witte scherm, beelden van de drie artiesten zwevend onder water. Gewichtsloze psychonauten, zich verwonderend over de ruimte om hen heen. Tegelijkertijd klappen de dansers met armen en benen een ritmisch, bijna hypnotiserend intermezzo op de luchtmat.

De voorsteling Bubbleissues, is gemaakt door de danseressen Laure Dever en Laura Vanborm, die elkaar leerden kennen op de Tilburgse dansacademie, en ontdekten dat hun bewegingstaal op elkaar aansloot. Tijdens Lala#4 werken Laure Dever en Laura Vanborm voor het eerst samen met een andere danser Seppe Baeyens. Ik vond de voorstelling Lala#4: Bubbleissues heftig. Van het ene op het andere moment spring je van het ballonnen ‘kuikentje’ naar agressieve scènes ter bescherming van de luchtmat. Het is verassend dat de hele voorstelling gebruik wordt gemaakt van het luchtkussen, en daar niet van wordt afgestapt. Daar is dan ook dankbaar gebruik van gemaakt in de choreografie, waarbij heel goed is gekeken, welk effect een luchtkussen op bepaalde bewegingen heeft. Toch is er in sommige opzichten ook gekozen voor ‘veilige’ keuzes die niet erg verrassend zijn. Dat vind ik bijvoorbeeld van de beelden achter op het scherm. Het zijn op zich mooie beelden. Maar ze staan een beetje los van de voorstelling, en zijn esthetisch verantwoord. Ik had hier liever gezien dat ze meer in de voorstelling betrokken werden, dat er mee werd gespeeld.

Lala#4 Bubbleissues
Concept/choreografie Laure Dever, Laura Vanborm, dans Laure Dever, Laura Vanborm, Seppe Baeyens, Coaching Ben Benaouisse

Speellijst van Bibbleissues : http://www.productiehuis.nl/content.asp?path=p51vw1jj

Gezien in de Nieuwe Vorst, premiére 6 september 2008

zondag 10 augustus 2008

ReAnimatie: verlangen en mysterie


Schoenen uit alstublieft. We lopen op sokken in een verduisterde kamer, er hangen mannetjes in de raarst mogelijke houdingen. We lopen door. Deze kamer is verlicht, en we zitten op kussentjes van hooi. Er liggen twee dansers op balken van het plafond. Er klinkt dreigende muziek en er verschijnen animaties van bewegende figuren op de muur. Langzaam klinken de klanken van krakende balken steeds harder en intenser, de dansers komen tot leven. Ze zitten vast aan touwen. Ze zweven door de ruimte. Reiken naar elkaar. Verlangen naar elkaar. Maar komen niet bij elkaar.

We moeten verder. In de volgende ruimte zitten we op beklede bierkratjes. Ook hier zijn animaties op een muur te zien. Dansers dansen op een vlak ervoor. Ze dansen met krachtige en impulsieve bewegingen. Alsof er telkens muggen steken. In dezelfde ruimte gaat een deur open en dicht. Telkens als de deur open gaat vang je een glimp van de danseres op. Doordat de deur niet constant open staat, blijft het mysterieus. Mysterieus zijn ook de dansers die vanuit alle hoeken lijken te komen en de verduisterde kamers waar de voorstelling zich afspeelt.

De ruimtes van het Kruithuis, een voormalige fabriek voor buskruit, zijn helemaal gebruikt. Geen hoek, balk of haak van het kruithuis blijft ongebruikt. Er is goed gekeken naar de karakteristieke kenmerken en daarvan is met een combinatie van dans en animatietechnieken goed gebruik van gemaakt. ReAnimatie is een voorstelling die volgens de publieksinformatie gaat over oorlog en vrede. Voor mij is ReAnimatie een belevingsvoorstelling, waar je - van het uittrekken van je schoenen tot je die weer aandoet – vóóral helemaal in zit.


ReAnimatie
De Stilte en Guusje Kaayk
Choreografie: Jack Timmermans
Animaties: Guusje Kaayk
Dans: Jonas Furrer, Femke Somerwil, Judy Lijdsman, Annelies Oosterloo, Annelies van Roie, Erik Spruijt, Mariko Shimoda en Kristina Ogryzkova

Nog te zien in Het Kruithuis, Citadellaan 7, ‘s-Hertogenbosch
Dgelijks tot en met vrijdag 15 augustus, steeds om 20.00 uur.
Donderdag 14 en vrijdag 15 augustus ook om 16.00 uur.

donderdag 31 juli 2008

“Een dorpsgek met succes”

Ik loop door een doolhof van verlichte steigers. In de binnenplaats van het Palais des Papes in Avignon is een enorme stellage opgebouwd. Die kan aan maar liefst 2.000 mensen plaats bieden bij voorstellingen en spektakels van het Festival d’Avignon. De voorstelling ‘Vallee 2008’ is een samenwerking tussen de succesvolle zanger Philippe Katerine en choreografe Mathilde Monnier. Het decor en de kostuums zijn heel eenvoudig: een fel gele vloer en een zwart achterdoek. De kostuums zijn helemaal zwart, wat later verandert in roze. Er blijkt tenslotte ook nog een enorme opblaasbare ballon op het podium te liggen.

Bij het ophalen van de via internet bestelde kaartjes op een mooie binnenplaats (Cloitre St. Louis), blijkt dat er binnen een half uur een persconferentie is over deze voorstelling. Dat wil ik wel meemaken. Op een kleine tribune neem ik plaats en probeer iets te volgen van de uitleg van Philippe Katerine en Mathilde Monnier. Als er vervolgens vragen uit het publiek komen, gaat het Frans me echt te snel: tijd om om me heen te kijken. Ik zie mensen in het roze, dat is het kenmerk van Philippe Katerine. Op de dag van de voorstelling blijkt dat de dansers gewoon in het publiek zaten!

J'adoreeeeeeeeeeeeeeeeeeeee / regarder danser les gens / ah j'y retourne souvent / au bar du louxor / regarder danser les gens / j'adore, j'adore, j'adore, j'adore, j'adooooooore

Dit is het begin van de tekst van het liedje waarmee Philippe Katerine het meest succes heeft. Het is dus niet zo gek dat Mathilde Monnier Philippe Katerine opneemt in haar rijtje van artiesten uit andere kunstdisciplines om mee samen te werken. In het liedje zingt Philippe dat hij er van houdt als mensen dansen. Hij danst zelf ook mee in de voorstelling. Mathilde Monnier danst in het begin van de voorstelling als zijn schaduw.

Ik weet na de voorstelling niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Mathilde Monnier gaf aan dat ze niet wilde dat de voorstelling een reeks dansclips zouden worden. Toch vind ik dat de dans een beetje in de verdrukking is gekomen; ik had andere verwachtingen. Terwijl de rest van de tribune dubbel ligt van het lachen, bedenk ik mij dat het volgen van dat snelle Frans moeilijk is. Mijn broer heeft wél een duidelijke mening over de voorstelling: ‘Katerine is een dorpsgek met succes’. Misschien heeft hij wel gelijk….


Vallee 2008
Cour d’Honneur du Palais des Papes, 24 julliet 2008
Spectacle de et avec Philippe Katerine et Mathilde Monnier
Avec Julia Cima, Julien Gallée-Ferré, I-Fang-Lin, Éric Martin, Maud le Pladec
Assistant à la chorégraphie Herman Diephuis
Scénographie Annie Tolieter

dinsdag 26 februari 2008

Prentenboek komt tot leven in Coppelia

‘Van een klassiek stuk moet je afblijven!’ De nieuwe opvoering van Coppelia door Het Nationale Ballet wekt nogal wat argwaan op bij oud-danser Joost. Hij vertelt me dat het klassieke ballet het enige stukje ballettraditie is, dat we in Nederland hebben, en dat moeten we zien te behouden…


Extra nieuwsgierig kijk ik dus uit naar de nieuwe versie van Coppelia. De voorpret begint al met artikelen in de krant over de bijzondere voorstelling. Het decor en de kostuums zijn bedacht door Sieb Posthuma. Hij is vooral bekend dankzij zijn werk als kinderboekenschrijver en illustrator, en heeft twee jaar lang aan de voorbereidingen van Coppelia gewerkt.

‘Coppelia’ gaat over Zwaantje die werkt in een juicebar. Ze is smoorverliefd op haar verloofde Frans, die werkt op de sportschool ernaast. Ze gaan morgen trouwen. Maar dan opent de schoonheidssalon CoppeliaClinics. De mooie Coppelia, de muze van de sinistere dr. Coppelius steelt Frans zijn hart. Frans besluit de kliniek in te gaan. Zwaantje en haar vriendinnen volgen hem stiekem. Daar ontdekt Zwaantje dat Coppelia een pop is. Dr. Coppelius wil Frans alleen maar gebruiken om Coppelia nog meer leven in te blazen, maar dank zij Zwaantje weet het stel te ontsnappen. Uiteindelijk trouwen ze: de bruiloft wordt gevierd en iedereen is gelukkig.





Het decor is overweldigend: als je binnen komt in het theater kijk je naar een enorme tekening, die toch het meeste weg heeft van een kindertekening. Als dit doek open gaat, begint het feestje pas echt. Deze uitvoering van Coppelia is een prentenboek dat tot leven komt! Het decor is gemaakt uit grove schetslijnen; dit versterkt het gevoel dat je je in een stripverhaal begeeft. Het is net een sprookje. Het ballet bestaat uit drie aktes, alle drie met een heel eigen decor en sfeer. Het decor van de eerste akte laat het stadje uit het verhaal zien. Je ziet een juicebar, een sportschool en een enorme zak, die bij de onthulling van het gebouw naar boven wordt geheven. Het stadje straalt voor de opening rust en vredigheid uit: iedereen is blij en gelukkig. Dr. Coppelius verstoort die rust plotseling. Zelfs in het kleurgebruik van de kostuums is het onrustig: alle dansers dragen pastelkleurige kleding, maar de assistentes van dr. Coppelius zijn gekleed in hard roze kostuums met zwarte latex laarzen. In de tweede akte is de schoonheidssalon van binnen te zien. Het blijkt een huiveringwekkend laboratorium te zijn, waar de lichaamsdelen gewoon aan het platfond hangen. Opvallend is de enorme kast waaruit poppen te voorschijn komen en weer in verdwijnen. In de derde akte is de trouwerij te zien, tussen de bomen staat een kapelletje, waar Zwaantje en Frans in trouwen.

De rol van Zwaantje wordt gedanst door Igone de Jongh. Ze is een van de beste danseressen in Nederland, en dat bewijst ze ook in deze rol. Ze betovert het publiek, en niet alleen door haar danskwaliteiten, maar ook zoals een echte ster dat hoort te doen: door haar gehele performance.

Ik vond de voorstelling prachtig! Joost heeft me gevraagd om langs te komen, om te vertellen hoe ik de voorstelling vond. Ik ga hem vertellen dat het klassieke ballet op geen enkele manier te kort wordt gedaan met een voorstelling als die van Coppelia. Het klassieke ballet komt echt tot zijn recht in de voorstelling, en het decor en de kostuums brengen de voorstelling zelfs op een hoger niveau!


Gezien 23 februari in Het Muziektheater, Amsterdam

Rolverdeling:
Igone de Jongh als Zwaantje
Jozef Varga als Frans
Mathieu Gremillet als dr. Coppelius
Natalia Hoffmann als Anna Marx
Natasja Lucassen als Coppelia

vrijdag 8 februari 2008

‘Haantjesgedrag in Parels’

De voorstelling ‘Parels’ is een jubileumvoorstelling ter ere van het 15-jarige bestaan van het dansgezelschap Conny Janssen danst. Voor de voorstelling geeft Jan Zobel een inleiding. Als verrassing is Conny Janssen óók bij de inleiding. Jan Zobel vraagt waarom juist deze choreografieën zijn gekozen voor de jubileumvoorstelling. Het eerste deel ‘Sorrowful Songs’ is gekozen, omdat het een duidelijk beeld schetst van de eigen danstaal van Conny Jansen. Het is een choreografie die is teruggebracht tot de essentie van de dans: pure dansbewegingen. Het tweede deel ‘Two’, dat bestaat uit drie duetten, is gekozen omdat duetten altijd een belangrijke plaats innemen in haar voorstellingen. Het derde deel ‘Rebound’, is een choreografie voor vijf mannen. Conny Jansen geeft bij het maken van voorstellingen de voorkeur aan mannelijke dansers. “Grappig”, vindt Jan Zobel, want Conny maakt toch vooral vrouwelijke choreografieën? De mens met zijn gevoelens en gedachten staan centraal, haar dansers zijn van vlees en bloed. En hoewel Conny zich niet aan deze uitspraak durft te wagen, is het wel waar dat in haar choreografieën de mens centraal staat.

Het eerste deel ‘Sorrowful Songs’ is een choreografie voor acht dansers, en vind zijn oorsprong in de voorstelling ‘oktober’. Opvallend is het mooie theatrale beeld. De dansers zijn sober in het zwart gekeeld. Maar de coulissen zijn weggehaald en er hangen staalkabels waarachter de dansers verdwijnen. Conny Jansen heeft van tevoren altijd al een beeld in haar hoofd, hoe het er uit moet zien. En dat blijkt ook: het is een mooi theatraal beeld dat tot in de puntjes is verzorgd. Het derde deel ‘Rebound’ is een choreografie waarin vijf mannen voordurend de beste, machtigste of grappigste willen zijn. Het gedrag is nog het best te omschrijven als ‘haantjesgedrag’, dat zorgt voor een erg komisch stuk. Ook het decor zorgt voor grappige taferelen, het bestaat uit drie witte wanden/blokken, die staan als een kamer, met een openwand naar het publiek toe. In de wanden zitten enorme gaten en uitsteeksels, waaraan de mannen als aapjes slingeren of juist heel braaf hun boterhammetje eten. Achter de wand zit een trampoline, die is verwerkt in de choreografie. Die zorgt voor hoge sprongen en schaterend gelach van het publiek.

vrijdag 7 december 2007

Gezichtsbedrog en magie

Achter een enorme witte wand steekt een hand, een voet en nog een hand. In de choreografie ‘Sleepless’ van Jirí Kylián lijken lichaamsdelen los van het lichaam te leven. Het is een choreografie waarin gezichtsbedrog en magie centraal staan. Jirí Kylián speelt met het decor en de dansers en maakt er bijna een goochelshow van. Je wordt keer op keer verrast en het is soms bijna vervreemdend. De regels van de zwaartekracht lijken te worden overtreden. Maar het is niet alleen een spel of een goochelshow. De choreografie van ‘Sleepless’, waarin constant twee dansers een pas-de-deux dansen, is ook gevoelig en intiem. Jirí Kylián zorgt in de choreografie telkens voor afwisselingen: plotselinge staccato bewegingen en ook vloeiende.

Jírí Kylián maakte Sleepless speciaal voor Nederlands Dans Theater II, het gezelschap voor jonge dansers tot en met 23 jaar.

Bekijk een klein deel van Sleepless op You Tube:


De Nederlandse Programma Stichting NPS heeft een uitstekende dans-website:
http://sites.nps.nl/jerome/templates/dans/welcome.html

zaterdag 3 november 2007

Vijf vrachtwagens vol, drie dagen bouwen!

‘The sleeping beauty’ is de grootste klassieke voorstelling die ik ooit heb gezien. Vanaf het moment dat de gordijnen open gaan tot de laatste buiging wordt het publiek verwend: grootste decors, overweldigende kostuums en prachtige dansers.

In de publieksinformatie staat dat er vijf volle vrachtwagens voor nodig waren om alles te vervoeren. En in plaats van één bouwdag (het gebruikelijke) had de theatertechniekploeg drie dagen nodig om alles op te bouwen.

De kostuums en het decor zijn in de barokstijl: groots en overweldigend. Ook de choreografie van Marcia Hadée, naar Marius Petipa, voldoet helemaal aan het klassieke plaatje.

De voorstelling lijkt aan ieders verwachtingen van een klassiek ballet te kunnen voldoen: de echte danskenners kunnen hun hart ophalen aan de schitterende techniek van de dansers. Maar ook bezoekers zonder verstand van dans hebben een fijne avond. De voorstelling is een verhalend ballet dat erg theatraal gespeeld wordt. Iedereen snapt het. Misschien komt het daardoor dat de voorstelling een bepaald soort publiek trekt: middelbare dames van goede komaf.











Ballet van Vlaanderen, Sleeping Beauty
Dansers :
Aki Saito als prinses Aurora
Wim Vanlessen als prins Désiré
Choreografie :
Marcia Haydée
Muziek van Pjotr Tsjaikowski:
Nationaal Orkest van België o.l.v. Brett Morris

vrijdag 19 oktober 2007

Palet van Brabantse dans

Een file met auto’s voor de schouwburg in Tilburg, uit de auto’s steken nieuwsgierige gezichten. Tien dansers in nette pakken veroorzaken de opstopping. De mensen in de auto’s kijken verwonderd naar de gejaagde, elkaar beconcurrerende kantoormedewerkers. Het geheel vormt het voorprogramma ‘Wildmenspark; een gerende dansvoorstelling’ door Vloeistof. Het is een voorprogramma van het Gala van de Brabantse Dans.

Het Gala van de Brabantse Dans is een palet van Brabantse dansgezelschappen en biedt een unieke kans om te ‘proeven’ van de uiteenlopende stijlen en choreografieën. In het programma zijn zeven delen van choreografieën door zeven verschillende Brabantse gezelschappen bij elkaar gebracht, en het bevat voor ieder wat wils.


Een energiespetterende voorstelling van T.R.A.S.H. In dit deel dansen vier karakteristieke dansers een voorstelling met een explosieve hoeveelheid aan energie, een celliste aan de zijkant van het podium zorgt voor balans in de voorstelling door rustige muziek te spelen. In dit deel wordt heel wat afgeschreeuwd en gevaarlijke toeren uitgehaald.

Een aangrijpend duet ‘Odd’ van Panama Pictures. Het gaat over twee broers die afgescheiden van de buitenwereld leven. Ze hebben een hechte relatie en zijn volledig van elkaar afhankelijk, maar tegelijkertijd irriteren ze zich mateloos aan elkaar. Het is een intiem en aangrijpend duet, waarbij de twee dansers het verhaal dat aan de dansvoorstelling ten grondslag lag prachtig verwoorden.

Een grappige solo van Productiehuis Brabant. Het stuk wordt gewoonlijk gedanst in openbare ruimtes. Ook bij het Gala geen uitzondering: tijdens de pauze is de solo te zien in de foyer. Als we weer in de zaal zitten hoor ik een student van de dansacademie tegen een andere student zegen:’It was very funny and provocative’ en daar ben ik volledig mee eens! Laure Dever eet verveeld een bruine appel die ze zojuist uit haar tasje heeft geschud en het volgende moment ligt ze om zich heen slaand op de grond.

Er zijn minder geslaagde delen in het gala. Maar over die delen hoor ik na de voorstelling ook enthousiaste verhalen. En dat is ten slotte toch het doel: een rijsttafel waarbij iedereen pakt wat hij lekker vindt.

vrijdag 12 oktober 2007

‘Sinfonia Eroïca’: een spetterend waterballet

Met mijn dansgroep fiets ik na de dansles verwachtingsvol naar het theater. We gaan naar de dansvoorstelling ‘Sinfonia Eroïca’ van Michèle Anne de Mey. De voorstelling vindt plaats in de dansweek Brabant en in het kader van deze dansweek kunnen we als ‘aperitiefje’ de productie ‘Dans Connected’ van amateur-dansers bekijken.

Als de lichten op het podium aangaan, blijkt dat ik de productie van ‘Dans Connected’ al een keer gezien heb. Net zoals de eerste keer ben ik het meest onder de indruk van ‘Onderhuids’ van Sacha de Graaf. Een schitterende choreografie waarin ook theater een rol speelt. Ik vind dat de amateur-dansers het heel goed doen en het vormt een veelbelovend begin van de spetterende avond.


Als we een uur later de grote zaal van het theater binnen lopen voor ‘Sinfonia Eroïca’ is het net of het decor nog niet is opgezet. Er hangt een kabelbaan, er liggen kledingstukken her en der verspreid over het toneel en ongebruikte stoelen voor in de zaal staan tegen de achterkant van het toneel. De voorstelling heeft de sfeer van een repetitie, momenten van dans en niet-dans worden afgewisseld en ook de formaties waarin de dansers dansen veranderen voordurend. Een betere uitleg nog voor de sfeer is dat van een spel, eerlijk, spontaan en vrolijk. Het was iets wat ik allerminst had verwacht, maar het zorgt voor een verrassende en uitbundige voorstelling! De muziek die klinkt is een combinatie van twee klassieke muziekstukken: de derde symfonie van Beethoven (Eroïca) en Mozarts opera Bastien und Bastienne. De voorstelling gaat vooral over de liefde. Ontmoetingen zijn intens en vluchtig: een spel van aantrekken en afstoten. En als spectaculaire afsluiting een spetterend waterballet.

Onze dansgroep is na de voorstelling enthousiast en we gaan opgewekt onze jassen halen. Terwijl we naar de garderobe lopen hoor ik een jongen, die de voorstelling voor het vak culturele en kunstzinnige vorming ‘moet’ bekijken, zeggen: “Ik had oogcontact met die chick in dat rode jurkje, dat was een lekker wijf, joh!” Tja, die heeft weinig van de voorstelling begrepen, en misschien op zijn manier toch weer helemaal: de voorstelling ging ten slotte over liefde.

Intieme rituelen van tijd

‘Ik kan de voorstelling niet uitleggen’, zegt de Roemeense danser en choreograaf Edward Clug. Jan Zobel houdt een inleiding voor de voorstelling van ‘Le Sacre du Temps’ van Station Zuid en heeft daarbij de choreograaf van de avondvullende voorstelling uitgenodigd om de voorstelling een beetje uit te leggen. Maar hij is stellig: ’Je moet de voorstelling zelf zien en voelen’.

De lichten in de zaal gaan uit en het gordijn schuift open. De zaal is stil van verwachting, twee dames van middelbare leeftijd, die in de rij voor me zitten, blijven echter maar kletsen. Ik heb al keer geïrriteerd gezucht als ze eindelijk ophouden. De voorstelling begint dan ook niet met groot spektakel: je ziet dansers bewegen, maar eigenlijk ook niet: ze bewegen zich uiterst subtiel en geruisloos. Maar ook dat is deel van de voorstelling. De voorstelling hoeft ten slotte niet altijd te beginnen met hoge sprongen en veel spektakel.

De voorstelling ‘Le Sacre du Temps’ is gebaseerd op de beroemde uitvoering ‘Le Sacre du Printemps’ van Igor Stravinsky. ‘Le Sacre du Temps’ gaat over tijd: het eerste deel van de voorstelling gaat over het tekort aan tijd en het tweede deel gaat over tijd op het emotionele niveau met individuele impulsen. Het element tijd zie je vaak terug komen in de choreografie en het decor. De dansers bewegen zich regelmatig als een tikkende klok op en neer.


En een bundel licht vanuit het decor beweegt zich langzaam – als een klok - van de ene kant van het toneel naar de andere kant. Het eerste deel van de voorstelling wordt gekenmerkt door herhaling, gewenning en controle. Het tweede deel van de voorstelling zien we impulsen, de dansers lijken af en toe geen controle te hebben over het lichaam, lichaamsdelen lijken als vanzelf te leven. Ook de muziek van de Sloveense componist Borut Krzišnik speelt een belangrijke rol. De muziek is experimenteel en erg bepalend voor de voorstelling. Als de muziek opzwepend is, dan dansen de dansers krachtiger maar ook worden de bewegingen meer staccato en minder vloeiend.

En het is waar: de voorstelling behoeft geen uitleg van de choreograaf. Al hoor ik in de pauze een bezoeker tegen haar vriendin zeggen: “Ik snap het decor niet, jij wel?”

Station Zuid, Sacre du Temps
Choreografie: Edward ClugDans: Mirjana Doric,
Heleen van Gigch, Christian Guerematchi, Gaetano La Mantia, Catarina Meneses, ideon Poirier, Mirjana Pop Aleksova, Sascha Vincke, Marieke van Delft
Balletmeester: Andrew Greenwood
Decor- en kostuum ontwerp: Nota Bene Muziek: Borut Kržišnik
Gezien Theaters Tilburg, 9 oktober



zondag 7 oktober 2007

Flex: met hoge pumps van de roltrap

Achter een groot hart lopen we - in een kunstprocessie - verwachtingsvol van Theater de Nieuwe Vorst naar het hoge kantoorgebouw van Interpolis om "Flex" op lokatie te gaan bekijken.

‘Veel’, zo kun je de voorstelling “Flex” in het Interpolis gebouw in Tilburg het beste karakteriseren. Het is een wervelende voorstelling waarin theater, dans en het kantoorleven elkaar ontmoeten: met hoge pumps wordt er van de roltrappen gerend, een vrouw in een enorme ballon, ruziënde collega’s om een bankje en een meisje slapend op de schouders van een grote man.

In een rondleiding loop je langs verschillende stukjes dans en theater. Er is zoveel te zien dat je af en toe niet weet waar je naar moet kijken. Mooi is het daarom, dat er midden in de voorstelling verstilde momenten zijn aangebracht. Op rustgevende muziek danst een vrouw onder bellenblaasbellen, het is een liefelijk en bijna breekbaar moment. Ook de herhaling in de voorstelling is erg belangrijk: het zorgt voor meer rust in de voorstelling en is bovendien typerend voor het kantoorleven. Wat vooral erg sterk is van de voorstelling zijn de mooie beelden, die je na de voorstelling het meest bijblijven.

“Flex” door Centrum voor Amateurkunst Noord-Brabant i.s.m. Kunstfactor Theater

Choreografie Hans Maas en Stefan Ernst
Muziek Youcho mixed media design & performance
Gezien op 6 oktober 2007