maandag 20 april 2009

Springdance: een ode aan Pina Bausch

Het festival Springdance viert dit jaar haar vijfentwintig jarig bestaan jubileum. Jarenlang gold het festival als een voorvechter van de presentatie van de hedendaagse dans. De naam van het festival is een ode aan de legendarische choreograaf Pina Bausch. Gedurende de voorstelling ‘Rite of Spring’ van choreograaf Pina Bausch in 1982, zat artistiek leider van het festival George Brugmans achter haar. Hij verwonderde zich dat Bausch zo fanatiek zat te schrijven bij een voorstelling die al zo vaak was opgevoerd. Als een eerbetoon gaf hij het festival de naam ‘Springdance’, dat was afkomstig van de titel van diezelfde voorstelling ‘Rite of Spring’. Nog steeds presenteert Springdance hedendaagse dans uit zowel binnen- als buitenland. Artistiek leider Bettina Musauch richt zich bij het vijfentwintigjarig jubileum ook op iconen uit het verleden. Niet verwonderlijk is dan ook de keuze voor de openingsvoorstelling ‘Lutz Förster’ van Jérôme Bel. De voorstelling is een solodansvoorstelling van Lutz Förster, ooit danser bij onder andere José Limón Dance Company en Tanztheater Wuppertal van Pina Bausch. Zo vormt deze openingsvoorstelling indirect ook een ode aan de choreografe.
Na een welkomstwoordje van de artistiek leider Bettina Musach, komt Lutz Förster op in een driedelig pak, hij begint aan een beknopte autobiografie. In een vogelvlucht neemt hij het publiek mee van zijn school Folkwang Hochschule Essen, naar het Tanztheater Wuppertal van Pina Bausch, naar José Limón Dance Company en naar een uitdagende voorstelling van Robert Wilson. Lutz Förster is niet alleen een benadigd danser, zo blijkt al snel: de charmeur pakt het publiek in vanaf het begin met zijn acteerwerk. Anekdotes, repetities en voorstellingen passeren de revue. Hoewel dit een voorstelling is waarin veel wordt verteld, danst de oude coryfée ook. Met een lichaam dat niet meer zo soepel is, weet Lutz Förster tóch te overtuigen. Een klassiekere choreografie van José Limón gaat wat strammer, maar Lutz Förster blinkt nog steeds uit in een solo van Pina Bausch. Hilarisch is de anekdote waarbij de normaal toch strikte Robert Wilson Lutz Föster een aparte opdracht geeft: hij moet al dansend zorgen dat hij zwart opkomt en wit af gaat. Levendig kun je je voorstellen wat een moeite dat moet hebben gekost…

De lichten gaan weer aan, verbouwereerd proest mijn vriendin uit: ‘Is het nu al afgelopen? Ik dacht dat we hier hoogstens een kwartier zaten.’ Dát is precies het gevoel dat ik ook heb. Met een brede glimlach lopen wij dan de schouwburg uit. Wat was dit een goede voorstelling!
Lutz Förster, concept en regie Jérôme Bel
met fragmenten uit stukken van: Pina Bausch (Kontakthof, 1980 - Ein Stück von Pina Bausch, Nelken, Ahnen, Für die Kinder von gestern, heute und morgen), José Limón (The Moor’s Pavane).

Gezien 16 april, Schouwburg Utrecht
Nog tot en met 26 april: http://www.springdance.nl/

zondag 5 april 2009

Festival Cement: Hollywood of meedrijven op het echte leven?

Door de enorme rookwolk van een pas ingeslagen bom is een gehavende hotelkamer te zien. Een veelbelovend toneelbeeld van de toneelvoorstelling Hotel Al Awali, een van de voorstellingen op Festival Cement in Maastricht. Het is een voorstelling over drie personen: een cameravrouw, een presentatrice en een geluidsman. Samen zitten ze in de hotelkamer, daarbuiten is het oorlog. Er heerst angst en chaos. Om hen vallen bommen en het hotel is omgeven door troepen strijders. De drie journalisten zijn op elkaar aangewezen, het leidt tot spanning, irritatie en onbegrip. Ze proberen zich staande te houden: ieder op zijn eigen manier.
De geluidsman is de stille hoop, hij werkt met zendapparatuur en probeert zo contact te maken met de buitenwereld. De presentatrice daarentegen ratelt aan één stuk door, zo probeert ze haar angsten te maskeren. Weemoedige verhalen over Hollywood, over Julia Roberts die altijd acteert, zelfs als ze niet aan het acteren is, overstemmen het oorlogsgeweld. De verslaggeefster verlangt terug naar het oppervlakkige Hollywood bestaan, naar de altijd aanwezige nonchalance en de grote zonnebrillen. De cameravrouw is niet bang, ze is er heilig van overtuigd dat zij niet door het geschut getroffen zal worden, ze gaat naar buiten en doet verslag. Ze maakt beelden die misschien wel nooit aan de buitenwereld getoond zullen worden, maar waarom? Ze leeft vanachter een camera in constante strijd met zichzelf. Ze is met haar camera op zoek naar de werkelijkheid, maar hoe ver kan ze daarin gaan? Wat mag je in een oorlog eigenlijk filmen? Drie personages op zoek naar antwoorden: hoe moeten ze in een oorlog handelen? Het is een constante strijd: Hollywood of meedrijven op het echte leven? De regisseur Tanya Hermsen weet op een pakkende manier de personages neer te zetten.

Liesje Backer, de ratellende Hollywood presentatrice, bombardeert de toeschouwers met een vermoeiende snelheid met verhalen en nietszeggende weetjes. Komisch is het oppervlakkige geratel over de wereld van het nep; bittere angst, wanhoop en onmacht schuilen erachter. Op subtiele wijze wordt de toeschouwer meegenomen in een uitzichtloze en verstikkende situatie.

In een bijna angstwekkende rust voel je de roeping van de cameravrouw gespeeld door Karlijn Sileghem: de wereld, de keiharde realiteit laten zien. Maar ook hier heerst twijfel: wat mag je in een oorlog laten zien?

De geluidsman reageert met de verveling van een ongeïnteresseerde puber op de doorgeschoten emoties van zijn collega’s. Het personage blijft echter onderbelicht, vanachter zijn apparatuur probeert hij contact te maken met de buitenwereld. Ironisch genoeg lukt het niet, waar de toegewijde actrices wél contact maken met het publiek.

Ook in Er zal iemand komen overheersen angst en onzekerheid. In een decor van houten pallets en een tuinbankje heerst niet de angst voor een oorlog, maar voor eenzaamheid en ongeluk. Een man en een vrouw zoeken naar geluk en houden zich krampachtig vast aan hun fantasiebeeld. In een oud en verlaten huis ver van de buitenwereld proberen ze dat geluk te vinden. Ze hebben alles en iedereen achter gelaten, ze willen alleen en met zichzelf gelukkig zijn. Toch is het van het begin duidelijk: ‘er zal iemand komen’, iemand die het geluk ruw zal komen verstoren. De verkoper van het huis blijkt de boosdoener. Met een op het eerste gezicht naïeve onschuld weet hij op een gluiperige manier te zorgen voor opschudding en wantrouwen.

Zie: http://www.diederikpaauwe.nl/test/08-09-05/

Er zal iemand komen is een tragikomische voorstelling van het theatermakercollectief Arnoldussen, Kaat en Korevaar. Een voorstelling zonder versiersing met de nadruk op de tekst van de Noorse schrijver Jon Fosse. De acteurs hebben weinig handelingen, met de tekst vertellen ze op een geloofwaardige manier hun verhaal. In de tekst zitten veel herhalingen, het duidt op de verbeten zoektocht naar het geforceerde geluk. De verkoper - die alle angsten bevestigt - werkt op de lachspieren. De bandiet weet ondanks zijn slinkse manier van handelen, het publiek voor zich te winnen door zijn platte accent en zijn simpele gedrag. De man en vrouw trekken tenslotte aan het kortste eind, het is een voorstelling over angst, maar méér nog over hoe angst de mens in zijn greep kan houden.


Gezien 3 april 2009 in Maastricht tijdens Festival Cement


Hotel El Awali, productiehuis Brabant

Tekst Hans den Hartog Jager

Regie Tanya Hermsen


Er zal iemand komen, theatermakercollectief Arnoldussen, Kaat
en Korevaar

Tekst Jon Fosse (Noorwegen)

Met een dankjewel aan Raymond Frenken!

zaterdag 28 maart 2009

Vier temperamenten: soberheid overtuigt

Vier temperamenten is een dansvoorstelling waarin de muziek erg belangrijk is. Het programma bestaat uit vier choreografieën. Bij elk van hen is de muziek op verschillende manieren erg belangrijk. De balletten van vier verschillende choreografen worden uitgevoerd door de het Nationale Ballet.

Het programma begint met een choreografie van de in 1983 overleden Russisch-Amerikaanse choreograaf Balanchine. Van hem werd gezegd dat hij muziek ‘zichtbaar’ maakte in de dans. Met een enorme muzikaliteit maakte hij zijn dansen door heel goed naar de muziek te luisteren. Doordat hij het academisch ballet moderniseerde, werd hij een van de grootste dansvernieuwers van de vorige eeuw. In uiterst eenvoudige kleding, pronken de dansers van het Nationale Ballet in de choreografie ‘De vier Temperamenten’, die niet aan kracht heeft ingeboet. De sobere choreografie met heldere geometrische lijnen verbluft nog steeds. De hoge, snelle en impulsieve beenbewegingen geïnspireerd op het snelle Amerikaanse leven en de heup- en bekkenbewegingen uit de jazz- en showdans zorgen dat Balanchine’s choreografieën nog altijd veel navolging krijgen onder andere choreografen.


Geregeld noemt Hans van Manen Balanchine als een van zijn grote voorbeelden. Hij zegt daarover: ‘Als ik in de studio ben, kijkt Balanchine altijd over mijn schouder mee.’ En inderdaad: ook in de choreografie Concertante van Van Manen wint soberheid en ijzersterke logica. Hij heeft echter wel een prachtige eigen danstaal ontwikkeld. Concertante is de laatste choreografie van het programma ‘De vier temperamenten’. Fiere dansers bewegen zich over het podium; er heerst een spanning. Ook Hans van Manen overtuigt met een heldere en even simpele, maar o zo kloppende choreografie.

Dan zijn er ook twee wereldpremières te zien in het programma. Een wereldpremière van de choreografe Dominique Dumais en van de choreograaf Martin Schläpfer. Schläpfer is duidelijk geinspireerd door Hans van Manen. Ook in zijn werk overheerst eenvoud, maar wat vooral opvalt zijn de ingenieuze trio’s van de dansers. Waarbij op geen enkel moment sprake is van een driehoeksverhouding: alle drie de dansers vormen een geheel, waar de armen en benen uitsteken, en het niet duidelijk is van welke danser de armen en benen nou eigenlijk zijn. Toch overtuigt Schläpfer minder dan zijn grote voorlopers Balanchine en Van Manen. Misschien ook niet helemaal eerlijk: want die overtreffen is (vrijwel) onmogelijk.

Tenslotte is er ook een wereldpremière van de jongste choreografe: Dominique Dumais. Haar werk is totaal anders dan de andere balletten van het programma. Waar de anderen allemaal werken met een blauw achterdoek, heeft zij een decor: Er hangen enorme mobiles in de lucht, met aan elk uiteinde een stoel, en in het midden een tafel. Ook hangen er stroken aan de achterkant van het toneel, die, zoals later zal blijk, zullen dienen voor de dansers om schuin naar boven te lopen en weer terug naar beneden te glijden. De dansers dragen luchtige kostuums. Elke danser draagt iets anders, terugkerend zijn de bloemendesigns. Op de ritmische woorden van de schrijfster Virginia Woolf, bewegen de dansers zich in een rustgevende flow voort. Een mooie choreografie.

Eerste foto: Sascha Radetsky
Tweede foto: Michele Jimenez en Jozef Varga
Derde foto: Seh Yun Kim, Mathieu Gremillet, Juanjo Arques
Vierde foto: Anu Viheriänta

Gezien in Amsterdam 21 maart 2009
Nog te zien tot en met 5 april

zondag 15 maart 2009

Try out Romeo en Julia: het moet allemaal mooi in elkaar gaan passen


De eerste try-out van Romeo en Julia van het Nationale Toneel. Ik zit al vroeg in de zaal: midden op het eerste balkon, een prachtige plaats. Om me heen veel geklets: kreten van bezoekers die elkaar herkennen en opgewonden stemmen van mensen die het programmaboekje zitten te bestuderen.

De voorstelling begint: Romeo en Julia in een modern jasje. Een voorstelling met Marwan Kenzari als Romeo en Sophie van de Winden als Julia. In de voorstelling ligt de nadruk op de humor die Shakespeare in de tekst heeft gestopt. Want de voorstelling blijft dicht bij de originele tekst. Het is een ‘ambachtelijke’ voorstelling: de spelers zetten een degelijke voorstelling neer. Echt verassend is de voorstelling nooit. Er zijn veilige keuzes gemaakt: deze voorstelling kan veel mensen aanspreken. In het stuk blinken twee acteurs uit: Mirjam Stolwijk zet op een komische manier de voedster van Julia neer, een volkse vrouw die maar al te graag kletst. En Jeroen Spitzenberger als Mercutio, de vriend van Romeo. Hij maakt van het personage op sommige momenten bijna een platte corpsbal.

Omdat ik Romeo en Julia heb gelezen vóór de try out, vallen foutjes en versprekingen mij op. Zoals de acteur die al begint te antwoorden, vóórdat de ander is uitgesproken. Maar daar zijn nu juist try outs voor, ze zijn onderdeel van het creatief proces. Zó weten de theatermakers waar ze aan moeten werken. Het onwennige publiek in de try-out is echter irritant. Er blijken veel toeschouwers te zijn die een kaartje hebben gekregen via vrijwilligerswerk en andere organisaties. Ik zit naast twee oudere vrouwen die bij iedere kreet van de acteurs ‘oe!’ en ‘aah!!’ roepen. En dan hoor ik ze in de pauze tot mijn verbazing tegen elkaar zeggen: ‘Wat een geschreeuw hè?’ Tja… Ook op een andere plek op het balkon zit een onrustige mevrouw: ze is haar tas kwijt. Heel vervelend. Maar als ze spontaan begint te roepen dat ze haar tas kwijt is naar een vriendin midden in de zaal beneden, is dat voor de acteurs op het podium én bezoekers ronduit irriterend. Dat gun je de theatermakers niet!

Schilderij Jan van den Berg

Romeo en Julia van Het Nationale Toneel
Regie Johan Doesburg
Dramaturgie Karin Ameur
Decor Niek Kortekaas
Te zien tot 13 juni 2009

Meer weten? http://www.nationaletoneel.nl/voorstellingen/romeo-en-julia-inhoud.html

zondag 22 februari 2009

Lijkt me super!

Nietsvermoedend lopen er honderden mensen gehaast over het treinstation. Gestresst van de dagelijkse beslommeringen loopt iedereen naar de trein of de bus, geen oog wat er rond hen gebeurt. Omroep: er komt een trein aan op spoor 6. Plotseling klinkt er heel harde muziek. Mensen gaan op de muziek dansen, en opeens sta je tussen een hele menigte dansende mensen. Verbijsterd kijken mensen om zich heen: wat is dit nou? Sommigen gaan gewoon verder: zij kopen ondertussen een kaartje. En sommigen dansen gewoon gezellig mee. Ik hoop dat als ik over een treinstation loop, plotseling ook zo’n choreografie wordt uitgevoerd. Lijkt me super!



Reactie van bezoekers van Liverpool Station:
http://www.youtube.com/watch?v=9Jv6rHJiNhQ

donderdag 19 februari 2009

Een dramaturg wakkert passie aan

Verwachtingsvol zitten de deelnemers aan een workshop theaterdramaturgie in een kring in het Universiteitstheater in Utrecht. Te gast is Peter Anthonissen, dramaturg bij het Nederlands gezelschap Artemis en het Vlaams gezelschap Fabuleus. We beginnen met een simpele vraag: wat is een dramaturg, en wat doet hij? Het valt stil… Wat doet een dramaturg eigenlijk? ‘Dit is een van de meest gestelde vragen. En ook de moeilijkste.’ Peter Anthonissen vraagt eerst wat wij denken dat een dramaturg is? Uiteindelijk komen we tot de definitie “de eerste ideale toeschouwer en gesprekspartner van de regisseur”. Maar wat dat precies inhoudt, daar komen we snel achter, is niet duidelijk. Iedere dramaturg, en zeker ook iedere regisseur heeft daar andere ideeën bij. Sommige dramaturgen begeleiden alleen het schrijfproces van de toneelteksten, andere dramaturgen zitten het gehele repetitieproces naast de regisseur.

Hoe ziet Peter Anthonissen zijn rol in een voorstelling? In ieder geval is hij bij het schrijfproces betrokken, vervolgens blijft hij enkele weken van het repetitieproces weg. Naarmate de voorstelling echter dichter bij komt, raakt hij steeds meer in het repetitieproces betrokken. Peter laat de mensen zoveel mogelijk vrij. De schrijvers wil hij zo veel mogelijk in hun eigen fantasie laten leven. ‘Flexibiliteit is bij mij bijna een gebod.’ Wat hij dan concreet aan een voorstelling bijdraagt is vaak moeilijk aan te wijzen. ‘Het is ook niet het meest dankbare beroep, want wat heeft een dramaturg eigenlijk gedaan?’ Voor Peter is het echter duidelijk: hij wil zeker niet mee regisseren. Een dramaturg moet in het werkproces volgens Anthonissen naar de grote lijnen kijken, primair vragen stellen. Hij analyseert en rationaliseert. ‘Als ik onzichtbaar ben, ben ik idealiter tevreden. Ik heb een hekel aan dramaturgisch perfecte voorstellingen. Je moet de passie bij het publiek aanwakkeren.’

Schetsje: Roland Sohier

Cultuurbotsing: wel energie, mist spanning

Zwanenmeer Bijlmermeer II is een samenwerkingsproject tussen klassieke dansers van het Nationale Ballet en urbandansers van het gezelschap Don’t hit mama. Het belooft een spannende ontmoeting te worden tussen twee dansstijlen en culturen. Het Nationale Ballet wil met de voorstelling een nieuw publiek bereiken. Samenwerken met Don’t hit mama lijkt de ideale combinatie hiervoor. Een voorstelling met een fascinerende ontmoeting tussen de culturen, een kijkje achter de clichés. Als bij de inleiding wordt verteld dat er in Tchaikovsky wel degelijk een beat zit, ben ik helemaal benieuwd! Het valt echter tegen: de voorstelling is alles behalve spannend. De voorstelling kabbelt voort. De energie en het enthousiasme van de urbandansers maken meer indruk dan de klassieke dansers.

In de voorstelling is het originele verhaal van het Zwanenmeer volledig losgelaten. Universele thema’s en verbanden tussen het Zwanenmeer en stadsverhalen vormen het uitgangspunt. Toch winnen de verschillen tussen de culturen de aandacht. De dansers worden naast elkaar geëtaleerd. De nadruk ligt op de contrasten. Het is een collage voorstelling waarin urban en klassiek naast elkaar staan, maar tot een échte ontmoeting komt het niet. Bijna een opluchting zijn de parodieën van de urbandansers op de klassieke passen: héél even wordt er contact gemaakt. Toch mist de voorstelling balans. Zwanenmeer Bijlmermeer II blijkt een energieke voorstelling. Een zoektocht van tien dansers vanuit verschillende achtergronden om met elkaar een voorstelling te maken. Het blijft bij de zoektocht. De klassieke dansers staan model in prachtige klassieke poses, in een soms wat onbeholpen choreografie. Te midden van een energie explosie. Een voorstelling zonder harmonie en spanning.

Zwanenmeer Bijlmermeer II
Gezien in Schouwburg Rotterdam, 15 februari 2009

zondag 4 januari 2009

“Actors were little more than vagabonds”

Het is eenendertig december, en min drie graden in Londen. Op het BBC journaal wordt gesproken van stevige vorst. Genoeg reden voor de vrijwilligers van Shakespeare’s Globe theater om aan iedereen warme bisschopswijn te schenken voordat de rondleiding begint. ‘Om u op te warmen tegen de kou buiten’. De rondleiding start met een voorproefje van de Engelse humor die we volop gaan horen. “Wie is er gekomen omdat hij van theater houdt?’ ‘Wie is er gekomen omdat hij van Shakespeare houdt?’ ‘Wie is er gekomen omdat hij niets beters te doen had eenendertig december?’ Dan..‘wie is er gedwongen?’ En ja hoor! Er zijn twee kinderen die gedwongen aanwezig zijn, al beweert hun vader dat ze ‘helemaal vrijwillig’ zijn meegekomen…. De kinderen mogen vóórop het theater in.

De gids vertelt dat de Amerikaanse acteur Sam Wanamaker naar Engeland kwam, om te kijken hoe zijn grote held Shakespeare vereerd werd. Wat hij vond… één steen in een brouwerijmuur in Londen waarop Shakespeare stond, met verkeerde data. Sam Wanamaker neemt zich voor om het groter en beter te doen, zoals het een echte Amerikaan betaamt. Hij neemt het initiatief om het Shakespeare theater ‘The Globe’ weer op te bouwen. Sinds de grote Londen brand in 1666 – die drie dagen duurde en meer dan 13.000 huizen vernietigde - zijn rieten daken verboden. Nu is ‘The globe’ het enige gebouw in Londen met een rieten dak. The Globe is een grote O met een rieten dak en open binnenplaats; het hele theater is van hout. En doordat het gebouw hetzelfde akoestische principes heeft als een viool hebben acteurs nooit een microfoon nodig.

In ‘The Globe’ krijgt acteren een heel eigen invulling. De goedkoopste plaatsen zijn de open staanplaatsen middenin het theater, heel dicht bij het podium. De acteurs zíen dus alle toeschouwers; Shakespeare maakte geen theater voor de toeschouwers in het donker. Hij maakte theater waarbij de acteurs heel direct met de toeschouwers communiceren. De toeschouwers kunnen schreeuwen en reageren. De rijkste toeschouwers zaten boven naast de muzikanten áchter het toneel. “Zegt u dat u naar Shakespeare gaat kijken?”, vraagt Jessica. “De Engelsen zeggen dat je naar Shakespeare gaat luisteren. Dat kan daar boven het beste”, zegt de gids. De acteurs stonden overigens niet in hoog aanzien. ‘Actors were little more than vagabonds’. Shakespeare maakte zijn voorstellingen voor een ongeletterd publiek. Gids Jessica zegt fijntjes: “Denkt u daar vooral aan, als u het niet snapt”.

Website van het theater:

http://www.shakespeares-globe.org/

Virtuele tour:

http://www.shakespeares-globe.org/abouttheglobe/virtualtour/

Het publiek stinkt !

Het staande publiek in het midden van theater The globe bestond vroeger ‘overheersend uit arbeiders’ die voor een penny kwamen kijken. Je kunt je wel voorstellen, met de hygiëne van vroeger, hóe een volgepropte binnenplaats met 700 toeschouwers…., zei gids Jessica van Shakespeare’s Globe. Haar gezicht sprak boekdelen. Het was een “stinkend penny publiek”. Maar zó noemen ze de toeschouwers nú niet meer. Zo’n 150 jaar geleden was Londen met 2,4 miljoen inwoners de grootste stad van de wereld. Er is zojuist een vertaling* verschenen van The Ghost Map van Steven Johnson. Hij beschrijft de komst van het watercloset en de explosieve toename van het waterverbruik. Citaat: “Toen ik bij een huis door de poort liep zag ik dat de binnenplaats als gevolg van een overstromend privaat helemaal bedekt was met een vijftien centimeter dikke laag uitwerpselen. Er waren stenen neergelegd om de bewoners droogvoets over de binnenplaats te laten gaan.” Gedver! Nog een interessant feit: een voorstelling koste op de binnenplaats één penny. Maar dat was ééntwaalfde van het weekloon.

* Londen, spookstad. Hoe een cholera-epidemie de wetenschap, de steden en de moderne wereld veranderde. Uitgeverij Meulenhoff, auteur Steven Johnson.

Twee Notenkrakers: totaal verschillend en toch hetzelfde

Ik stap het theater ‘Coliseum’ in Londen binnen met een kaartje voor de Notenkraker. Het vriest buiten en ik heb een lekker dikke wintertrui aan. Het eerste dat ik zie zijn… galajurken. O nee, ik schrik: dat had ik niet verwacht! Ik hoop maar dat er ook mensen zijn met warme wintertruien. Ik ben te vroeg en lees in het programmaboekje, het ziet er veel belovend uit! Prachtige foto’s, met enorme decors. Er staat (heel grappig): ‘It was the best ballet I have ever seen, and I have seen lots of ballets!’ Kathryn Piekarski (11) Cheshire. Het klopt. Het is zeker indrukwekkend! Dit heb ik in Nederland nog nooit gezien. Een honderd jaar oud theater, prachtige decoraties op de wanden. Alleen in dit theater zitten is al een hele belevenis! Er zijn balkons aan de beide zijden van het podium, vanuit de balkons kun je zowel het podium bekijken als de zaal. Vroeger was het ‘gezien worden’ minstens zo belangrijk als het zien. Nu nog zijn het duurdere kaartjes. Er zitten families aan de champagne, op één balkon krijgt een jarige dochter cadeautjes. Gelukkig zie ik meerdere wintertruien in de zaal, toch blijft het verwonderlijk hoe sommige bezoekers zich hebben uitgedost. Galajurken, nette pakken en hoge hakken kun je in de zaal zien. Zelfs kleine meisjes van een jaar of acht dragen hoge hakken. Het lijkt wel alsof ze naar een première gaan… De Notenkraker is een klassiek ballet zoals klassiek ballet behoort te zijn: danseressen die ontzettend lenig zijn en immense sprookjesdecors waarbij je kunt wegdromen. Opvallend zijn de vele verhaallijnen binnen de voorstelling: kleine verhaaltjes binnen het verhaal. Zo is een opa-tje verliefd op een jonge balletdanseres. Hoewel hij normaal met een rollator loopt, haalt hij voor de jonge danseres wonderbaarlijke acrobatentoeren uit. Iets dat in de originele Notenkraker helemaal niet van toepassing is. Wáár je ook kijkt, er gebeurt enorm veel op het toneel. Deze voorstelling van het English National Ballet met veel dansers, live orkest muziek en veel verschillende decors is overrompelend!

Enkele weken terug heb ik de Notenkraker van het Scapino ballet in de schouwburg van Rotterdam gezien, iets totaals anders. Het is een van de drie Notenkrakers die afgelopen kerstperiode in Nederland te zien waren. Scapino’s Notenkraker was een modern ballet, met een sober decor. De eerste avondvullende voorstelling van choreograaf Marco Goecke. Bij de inleiding van de voorstelling worden we gewaarschuwd dat het geen klassiek ballet, met enorme decors en kostuums zal zijn. De voorstelling is wél een feest van herkenning: kinderlijke fantasieën in een donkere slaapkamer. Het podium is niet geheel verlicht, en blijft de hele voorstelling vrij donker, net als in de slaapkamer. Rond het podium staan in een u-vorm allemaal linnenkasten. Uit de linnenkasten komen enge muizen, als in een nachtmerrie. Maar ook verschijnen er lichtjes en kaarsjes. Voorzichtig en klein, net als het kleine slaaplichtje dat er voor zorgt dat het nooit echt donker wordt. Een ultieme kinderdroom met snoepjes die uit kasten storten, en een enorme teddybeer die door de slaapkamer loopt. Marco Goecke (foto) is een heel eigenzinnige choreograaf. Je herkent zijn choreografieën meteen: een choreograaf met een heel vernieuwend concept. In de moderne dans is het niet gebruikelijk om met de armen te dansen, Marco Goecke laat als een van de eerste wel met de armen dansen.

De Notenkraker is een ballet uit 1892 op muziek van Pjotr Iljitsj Tjaikoskvi.

De Notenkraker, Scapino Ballet, Schouwburg Rotterdam, 14 december 2008
Choreografie Marco Goecke, dramaturgie Anja von Witzler, met o.a. dansers Mischa van Leeuwen, Ralitza Malehounova, Annemarie Labinjo- van de Meulen en Min Li.

The Nutcracker, English National Ballet, London Coliseum, 29 december 2008
Choreografie Christopher Hampson, met o.a. dansers Lisa Probert, Fabian Reimar, Adela Ramirez en James Forbat.

zaterdag 27 december 2008

Avond aan avond een onvoorstelbare daad

Medea is misschien wel de moeilijkste rol voor een actrice. Immers: een moeder die haar eigen kinderen doodt is onvoorstelbaar. Toch lees je regelmatig in de krant dat er weer een familiedrama heeft plaatsgevonden. Ariane Schluter* had moeite met de rol, als moeder van twee kinderen. Ze begrijpt al Medea’s gevoelens en handelingen, tot de dood van haar eigen kinderen: ‘Tot die fatale daad kan ik helemaal met Medea meegaan. Ik kan me goed voorstellen dat je wenst dat je man door net zo’n hel en diepe pijn gaat als jijzelf, wanneer je wordt ingeruild voor een jong meisje. Maar dat het tot zo’n daad komt, dat is zo radicaal, bijna fundamentalistisch….’ De tekst waarop ze hardop mijmert over de liefde voor haar kinderen, vergt iedere keer veel energie. Avond aan avond doodt Ariane als Medea haar kinderen.

Er zijn grofweg twee manieren waarop de relatie tussen de acteur of actrice en het gespeelde personage vorm kan krijgen. De acteur of actrice verdwijnt achter het personage; de toeschouwer ziet nauwelijks verschil tussen het personage en de acteur. Of de acteur of actrice laat heel duidelijk zien dat er een verschil is. De toeschouwer kan zich zo niet inleven in de wereld van het personage, maar blijft kritisch kijken. Ariane Schluter probeert in haar rol achter Medea te verdwijnen. Ze leeft zich in, verdwijnt achter Medea. Ze is natuurlijk, en sleept de toeschouwers mee in haar gedachtegang.

In een overweldigend decor staat Ariane Schluter op haar blote voeten. Verkrampt van al Medea’s spanningen toont ze de strijd tussen het verstand en het impulsieve, het aardse. Ze verbeeldt prachtig de vastberadenheid, de angst en de onzekerheid. Haar jaloezie en pijn om Jason, en haar onvoorwaardelijke liefde. Prachtig is ook het contrast met de pragmatische Jason, gespeeld door Peter Blok. Puur praktisch en zonder een greintje van spijt legt hij doodleuk zijn “goede” bedoelingen uit. Jason heeft Medea schaamteloos laten vallen.

Een beetje te braaf en esthetisch verantwoord vind ik de videobeelden getoond op de grond, die weerspiegeld worden in de spiegels. Twee vliegers die in de lucht dansen, worden bij de dood van de twee zoons doorgeknipt en ze dwarrelen naar de grond. Dit is een van de zwakste elementen van de voorstelling. Maar dat is dan ook het enige punt van kritiek. Uitstekend acteerwerk in een overweldigend decor: Medea grijpt aan!

Het Nationale Toneel
Medea, tekst Euripides (431 voor Christus)
regie Johan Doesburg, met o.a. Ariane Schluter en Peter Blok
dramaturgie Costiaan Mesu
toneelbeeld Tom Schenk
kostuums Rien Bekkers

foto Leo van Velzen
Gezien op 21 december 2008

* Wraak kent geen triomf, interview met Ariane Schluter, De Groene Amsterdammer 19.12.08


zaterdag 20 december 2008

‘Zolang het sneeuwt’: een verschrikkelijke leugen en ontwapende kinderlogica

Een compleet aangelegde straat en een kapperszaak met een enorme spiegel. Als ik in de zaal plaats neem, zit ik verbaasd en nieuwsgierig naar de spiegel te kijken. Je kunt jezelf zien! Dat heb ik nog nooit meegemaakt in het theater, dat je naar jezelf kunt kijken. Er komt een meisje op, Stella. Stella werkt in de kapperszaak, als de assistente van de broertjes Willy en Rien. Willy en Rien zijn kappers, Rien is de oude en verstandige broer. Willy fantaseert, hij wil vooral dingen beleven die niet kunnen. Het is de dag voor kerstmis. Stella voelt dat er iets in de lucht hangt, er gaat iets gebeuren. Toch is de kapperszaak leeg. De kapperszaak is al een hele tijd leeg, er komen geen klanten meer. Er wordt over de kapperszaak gesproken in de straat. Er wordt geroddeld in de straat, maar waarover blijft onduidelijk. Geleidelijk komt de toeschouwer meer te weten: de broers hebben een verloren stiefbroer, het is veertien jaar geleden, en er was een vader die een hekel had aan liegen.

Tegen sluitingstijd komt er een man binnen uit de snijdende kou. Eindelijk weer een klant? Voor Stella is het meteen duidelijk: dít is de prins op het witte paard, waar ze zo lang op heeft gewacht. Het blijkt de verloren stiefbroer van Willy en Rien te zijn. Door zijn komst, komt er ook een verschrikkelijke leugen aan het licht. Maar… ‘zolang het sneeuwt wordt het nooit echt donker.’ Een muzikale familievoorstelling, waarin een verschrikkelijke leugen wordt gecombineerd met ontwapende kinderlogica. Een voorstelling over ondervulde verlangens, fantasie, wraak en hoop. Een voorstelling waarin spel, dans en muziek samen komen, en waarin je van begin tot eind wordt meegezogen. De voorstelling is afgelopen, en het publiek stroomt langzaam de zaal uit, en dan bedenk ik me plotseling: ik heb mezelf niet gezien in de spiegel. Helemaal vergeten!

Theatergroep De Wetten van Kepler
Regie Jos van Kan
Foto: August Swietkowiak

Gezien in de Verkadefabriek, Den Bosch
Nog te zien tot 30 december 2008

maandag 1 december 2008

Een beetje Hans Kazan… en een stortvloed aan dwarrelde veertjes


Een zwart achterscherm met doorgangen voor de dansers en een wit projectiescherm zijn de enige elementen waaruit het decor bestaat. Er staat een kaarsje aan de voorkant van het podium. Er klinken heftige orgelklanken. Een danseres danst naar het kaarsje toe, ze laat zich langzaam van het podium rollen. Even ben ik jaloers op de toeschouwers op de eerste rij, het lijkt me zo leuk daar nu te zitten. Dan zit je plotseling naast een van de danseressen! De voorstelling gaat door, na de heftige orgelklanken komt er een stuk in stilte, een danser danst een solo. Er vallen veertjes naar beneden, de danser is omgeven door de stortvloed van dwarrelende zwarte veertjes. Het tweede deel van de choreografie klinkt er pianomuziek. Drie duetten kenmerken de voorstelling.

Waar gáát de voorstelling over, is mij gevraagd in een college. Wat is mijn interpretatie? Het gaat volgens de choreografen om vriendschap en verlangen enerzijds en anderzijds om de schreeuw naar de realiteit van alledag. Volgens mijn medestudenten gaat het over een man, de danser die danst tussen de veertjes, die denkt aan zijn relaties uit het verleden: de drie duetten.
Moderne dans blijkt moeilijk te zijn. Wat betekent de choreografie? Waar gaat het over? Gaat het wel over iets? Wat moderne dans voor mij toegankelijk maakt, is dat je er zèlf iets uit kunt halen. Waar jij denkt dat het over gaat… wat jou heeft geraakt. En dat is nooit fout.

Een solo van een danser. Ongelooflijk hoe groot de controle over zijn lijf is. Alle lichaamsdelen lijken apart van elkaar te kunnen bewegen. Plotseling komt er een bewegende struik het podium op. De danser wordt gevangen door het bos. Hij lijkt even niet meer los te komen, hij is in gevecht met de natuur. En de gedroogde herfsttakken en bladeren blijken zijn ergste vijand.

Even later waan ik me even in de Middeleeuwen als toeschouwer van een theaterspektakel, met vernuftige ‘special effects’. Er gaat een schok door het joelende publiek op het marktplein: de acteur lijkt te vliegen! Zoals bij een show van Hans Kazan, waarbij het publiek zich afvraagt of er niet toevallig palen worden gebruikt om iemand omhoog te tillen vanachter het gordijn. Maar ik zit in de stadsschouwburg van Utrecht, en kijk naar een dansvoorstelling van het Nederlands Dans Theater II. Verbaasd zit ik te kijken naar de kunsten van de danser: hij beweegt zo snel met zijn benen, dat ik even écht denk dat hij over het toneel zweeft.

Knarsende en piepende geluiden, tegelijkertijd klinkt er opzwepende muziek. Dansers in sobere kostuums dansen een dynamische en krachtige choreografie. Achter hen hangt een gordijn, een regenval van verlichting. De dansers stappen achter het gordijn vandaan op het podium. Langzaam komt het gordijn in beweging, het beweegt van links naar rechts en weer terug… iedere keer als er een danser door het gordijn komt, verstoort dit de rust in het gordijn.

Said and Done van Lightfoot León
Nichts van Marco Goecke
Gods And Dogs van Jirí Kylián

Nederlands Dans Theater II. Zestien jonge dansers tot 23 jaar. Internationaal staat NDT II bekend als een van de meest vooruitstrevende gezelschappen op het gebied van de moderne dans. Gezien in stadschouwburg Utrecht.

vrijdag 21 november 2008

Kleurrijk en speels scheurwerk

Strompelend loopt Jan Bons naar een begroeid huisje in de achtertuin. Jan Bons, een grafisch ontwerper, is bekend dank zij zijn werk voor theatergroep De Appel en IDFA. Nog altijd maakt hij in zijn tuinhuisje opvallende affiches van scheurwerk. Zijn bureau heeft nog het meest weg van een tafel vol schoolwerkjes uit de kleuterklas. Maar dan wel heel bijzondere schoolwerkjes, schoolwerkjes die helemaal kloppen! Jan Bons geeft een kort college hoe zijn affiches in elkaar zitten. Er zit een balans in de kleuren van het scheurwerk. Even haalt Bons een stukje rood uit een affiche voor het Nieuw Ensemble… En ja, meteen is de balans weg!

In de keuken legt de vrouw van Jan Bons een met as omhuld geitenkaasje in de koelkast; het beeld verspringt naar het tuinhuisje. Daar haalt Jan Bons een stoffige Rietveld stoel te voorschijn. Hij ontwierp een afficheklassieker voor de tentoonstelling van Rietveld in het stedelijk museum in Amsterdam. Met de stoel in alle eenvoud. Grappig is dat het kunstwerk van Rietveld staat naast een ‘Toffies’ blik, dat hij won als klein jongetje. Toen hij voor het eerst meedeed aan een tekenwedstrijd.

Jan Bons heeft heel herkenbare en sterke affiches gemaakt. Voor het IDFA, een filmfestival in Amsterdam dat op dit moment aan de gang is, heeft hij vele jaren het affiche gemaakt. Een sober affiche, waarop een ouderwetse camera staat. Een beeld dat nog altijd visueel erg sterk is. In mei bezocht ik de tentoonstelling in de Kunsthal ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van Jan Bons. De voorstelling bestond uit affiches voor sterk uiteenlopende instanties, en tóch waren alle affiches herkenbaar als Jan Bons. Kleurrijk en speels.













Jan Bons, ontwerpen in vrijheid
Film van Lex Reitsma
ISBN 978 90 76452 197
DVD + Boek Uitgeverij De Buitenkant, Amsterdam

Website van het idfa filmfestival:
http://www.idfa.nl/

zondag 26 oktober 2008

Merce Cunningham, maar dan niet uit de boekjes…


Merce Cunningham: een levende danslegende. Zijn gezelschap uit New York komt in drie steden in Europa optreden. En ik ben erbij! Iedere dansliefhebber kent Merce Cunningham en zijn techniek, maar het is altijd fijn als je kennis even wordt opgefrist. Voor de voorstelling geeft danswetenschapper Liesbeth Wildschut, verbonden aan de Universiteit van Utrecht, een inleiding. Zij geeft in het kort Cunninghams zienswijze op de dans weer. Die is in zeven punten samen te vatten:
Een: Iedere beweging kan als danspas gelden.
Twee: Toeval speelt een grote rol bij het maken van een choreografie, niet alles hoeft de keuze van de choreograaf te zijn.
Drie: Ieder deel van het lichaam kan gebruikt worden om te dansen.
Vier: Choreografie, muziek, kostuums, decor en licht zijn afzonderlijke kunstwerken.
Vijf: Iedere danser kan solist zijn.
Zes: Iedere ruimte kan dienen als theater of dansruimte.
Zeven: Dans kan over alles gaan, maar gaat primair over het menselijke lichaam en de bewegingsmogelijkheden.

Een techniek, een danslegende, in zeven punten samengevat. Ik zit tijdens de voorstelling van zijn company ijverig te zoeken naar de zeven punten, en ja! Ik zie ze echt. Maar ik zie nog veel meer. Wat mijn aandacht het meest trekt is de oudere danser. Tussen de jongere dansers, die hun benen opgooien, met het gemak alsof ze aardappelen staan te schillen, is hij een beetje een uitzondering. Hij gooit zijn benen niet meer zo hoog, en alles gaat net iets minder soepel. Toch zit ik de hele tijd naar hem te kijken: wat kan die man dansen! Zo integer, zo geconcentreerd.

De voorstelling bestaat uit drie delen. Voor de aanvang van de voorstelling heeft ieder toeschouwer een I-pod aangereikt gekregen. Een bejaard echtpaar voor mij, staan geconcentreerd te luisteren naar de instructies van de schouwburgmedewerkster. Die i-pods zullen we bij deel drie (eye Space, zie foto) op moeten zetten, en dan kun je vervolgens zelf de muziek uitkiezen, die je tijdens het dansstuk luistert. Merce Cunningham is een man van 89, die vanwege zijn gezondheid niet in Breda was. Maar hij blijft een vernieuwer: dans bekijken met individuele i-pods!

The dance has a meaning, but that’s not the point
Bespreking in New York Times van de choreografie Second Hand:
http://www.nytimes.com/2008/03/29/arts/dance/29seco.html?_r=1&oref=slogin

Gezien in Chassé Theater, Breda
Fabrications (1987), Second Hand (1970) en
eye Space (2006), 11 oktober 2008, Merce Cunningham Dance Company (foto van Anne Leibovitz)

zondag 21 september 2008

Drie psychonauten en opgejaagd wild

Er ligt een zak ballonnen op het podium, er steken benen uit. Langzaam beginnen de benen te bewegen, ze beginnen de omgeving te verkennen. Er blaast een groot wit luchtkussen op. Voorzichtig verkent het wezen de luchtmat. Het springt, rolt, veert en bonkt zich een weg over de mat. Het ontdekt de ruimte. Langzaam komen ook armen tevoorschijn. Het is net een kuiken die uit zijn ei kruipt.

Bubbleissues is een voorstelling over het beschermen van een ruimte tegen de bedreigingen van buitenaf. Als opgejaagd wild rennen de dansers over het luchtkussen: het is duidelijk, dat is hún territorium. Agressief schiet een van de danseressen kogels uit haar onzichtbare pistool, het publiek haalt het niet meer in hun hoofd om het territorium te betreden! Zeker niet nadat de danseres in het enorme ballonnen kostuum op het luchtkussen begint te springen. De ballonnen knallen kapot. Het publiek schrikt en druk zich verder terug in hun stoel. Knallen klinken in het hele theater. Tijdens de voorstelling zien we op het grote witte scherm, beelden van de drie artiesten zwevend onder water. Gewichtsloze psychonauten, zich verwonderend over de ruimte om hen heen. Tegelijkertijd klappen de dansers met armen en benen een ritmisch, bijna hypnotiserend intermezzo op de luchtmat.

De voorsteling Bubbleissues, is gemaakt door de danseressen Laure Dever en Laura Vanborm, die elkaar leerden kennen op de Tilburgse dansacademie, en ontdekten dat hun bewegingstaal op elkaar aansloot. Tijdens Lala#4 werken Laure Dever en Laura Vanborm voor het eerst samen met een andere danser Seppe Baeyens. Ik vond de voorstelling Lala#4: Bubbleissues heftig. Van het ene op het andere moment spring je van het ballonnen ‘kuikentje’ naar agressieve scènes ter bescherming van de luchtmat. Het is verassend dat de hele voorstelling gebruik wordt gemaakt van het luchtkussen, en daar niet van wordt afgestapt. Daar is dan ook dankbaar gebruik van gemaakt in de choreografie, waarbij heel goed is gekeken, welk effect een luchtkussen op bepaalde bewegingen heeft. Toch is er in sommige opzichten ook gekozen voor ‘veilige’ keuzes die niet erg verrassend zijn. Dat vind ik bijvoorbeeld van de beelden achter op het scherm. Het zijn op zich mooie beelden. Maar ze staan een beetje los van de voorstelling, en zijn esthetisch verantwoord. Ik had hier liever gezien dat ze meer in de voorstelling betrokken werden, dat er mee werd gespeeld.

Lala#4 Bubbleissues
Concept/choreografie Laure Dever, Laura Vanborm, dans Laure Dever, Laura Vanborm, Seppe Baeyens, Coaching Ben Benaouisse

Speellijst van Bibbleissues : http://www.productiehuis.nl/content.asp?path=p51vw1jj

Gezien in de Nieuwe Vorst, premiére 6 september 2008

Les Ballets Russes: enorme toewijding en een ijzeren discipline

Even zit ik weer in het geschiedenislokaal van mijn middelbare school. We krijgen een dvd te zien die de stof moet verlevendigen. IJverig zit ik aantekeningen neer te pennen. Uiteindelijk verlaat ik, overdonderd van alle personen, data en verdragen het lokaal.
Ik zit echter niet op een harde houten stoel in het ijskoude geschiedenislokaal, maar lekker knus op de bank thuis. Toch heeft de documentaire van Les Ballets Russes veel weg van de vertrouwde geschiedenisdocumentaires op school. In de documentaire worden zovéél namen genoemd, dat mijn gedachten na tien minuten al net zo’n warboel zijn als de geschiedenisaantekeningen vol verwaande koninginnen, machtzuchtige generaals en heldhaftige soldaten. Waarschuwing: deze documentaire is dan ook vooral een documentaire voor liefhebbers!

Opmerkelijk is de enorme ambitie en toewijding van de oud-dansers van Les Ballets Russes. De dansers en danseressen, die in de documentaire allemaal al lang de leeftijd hebben om met pensioen te gaan, zijn stuk voor stuk nog aan het werk. Zeventig jaar oud, tachtig jaar oud. Velen van hen geven hun passie voor ballet en gevoel voor dramatiek door aan jongere generaties, en staan nog elke dag in de balletstudio. Tekenend voor de discipline is de uitspraak van een van de oud-danseressen. ‘Ik heb al twee dagen mijn oefeningen aan de barre niet gedaan’. Waarna ze ijverig haar oefeningen voortzet, en haar benen zo hoog optilt dat ik alleen jaloers kan zijn en hoop, dat ik als ik zo oud ben, dat ook nog zo kan.
Ik vind het ondanks de bijna geschiedenisles-achtige stijl een documentaire waar ik blij van word, het enthousiasme en de toewijding van de dansers werken aanstekelijk. Ik hoop dat ik ook met zulke fantastische mensen mag samenwerken. Die zijn - eerlijk is eerlijk - in deze documentaire erg trots en zelfverzekerd.

Ballets Russes filmmakers Dan Geller en Dyana Goldfine

Xandry’s filmrapport: plus één spitz(op een schaal van min drie spitzen tot plus drie spitzen)



Hommage van Nationaal Ballet
In 2009 is het honderd jaar gelden dat Les Ballets Russes, de legendarische groep van impresario Serge Diaghilev, werd opgericht. Het Nationaal Ballet brengt in februari een hommage aan dit gezelschap. Diaghilev liet het Westen kennismaken met fabelachtige Russische dansers als Nijinski, Pavlova en Karsavina en vooruitstrevende choreografen als Fokine, Massine, Balanchine en Nijinski. Tegelijkertijd gaf hij de danskunst een nieuw en avant-gardistisch aanzien, door samenwerkingsverbanden te smeden met kunstenaars als Picasso, Matisse, Braque en Gris en componisten als Stravinsky, Debussy, Prokofjev, Ravel en Satie.

zondag 24 augustus 2008

Tegendraadse Ramses blijft ongrijpbaar

Een documentaire heeft altijd de opzet om iets beter te begrijpen of iemand beter te leren kennen. Zo ook de documentaire 'Ramses' van Pieter Fleury over Ramses Shaffy. Door middel van mensen die de zanger goed kennen, fragmenten van concerten en een interview met hemzelf probeert de filmmaker Ramses Shaffy in enkele shots te vereeuwigen.

Al snel blijken kenmerkende woorden: chaos, anti-burgerlijk, bohémien, tegendraads, ongrijpbaar en vrijgevochten te zijn.

Ook de al wat oudere Ramses, die in een verzorgingshuis zit, blijkt zijn oude kraktereigenschappen niet te zijn verloren: hij is tegendraads. Hij maakt het de interviewer heel moeilijk: 'Je kunt het als journalist hebben over het verleden, het heden en de toekomst. Over de toekomst valt weinig te zeggen, daar gaat het dus niet over. Maar heel veel journalisten hebben het over het verleden. Ik daag u uit, de rest van dit gesprek over het heden te hebben'. De journalist lijkt even uit het veld geslagen, maar begint dan dapper aan de uitdaging. 'Dan gaat het dus automatisch over hoe u dingen voelt?' 'Nee! dat hoeft niet'. 'Oke...., vindt u dat u kwetsbaar bent?

Ja, Ramses vindt zichzelf kwetsbaar. En dat klopt ook wel: hij heeft zijn hele leven in de spotlights gestaan. Niet alleen in de mooie, maar ook in de minder goede tijden.
Maar betekent kwetsbaar zijn, ook niet jezelf helemaal blootsstellen, mensen in staat stellen jou helemaal te leren kennen?

Ik vind de documentaire prachtig. Een oude man met een mooie carrière. Een oude man die ook veel problemen heeft gekend: drank, woeker-contracten, geld-problemen. Een oude man, kwetsbaar? Misschien. Een oude man genaamd Ramses Shaffy, met vele kanten: ongrijpbaar voor de dappere journalist, blijkt hij niet in enkele shots te kunnen worden vereeuwigd.



Ramses, documentaire van Pieter Fleury
Met Joop Admiraal, Shireen Stroker, Louis van Dijk en liesbeth List

Op vrijdag 29 augustus 2008 wordt zanger/tekstschrijver Ramses Shaffy 75 jaar. Een mooie gelegenheid om de documentaire (verkrijgbaar op DVD) te zien.



Ramses Shaffy kreeg in 2006 de Edison Oeuvreprijs. Bij die gelegenheid verscheen een 8-CD box met de titel “Laat mijn liedjes nu maar zweven”. Zie: http://www.tvoranjeshop.nl/


zondag 10 augustus 2008

ReAnimatie: verlangen en mysterie


Schoenen uit alstublieft. We lopen op sokken in een verduisterde kamer, er hangen mannetjes in de raarst mogelijke houdingen. We lopen door. Deze kamer is verlicht, en we zitten op kussentjes van hooi. Er liggen twee dansers op balken van het plafond. Er klinkt dreigende muziek en er verschijnen animaties van bewegende figuren op de muur. Langzaam klinken de klanken van krakende balken steeds harder en intenser, de dansers komen tot leven. Ze zitten vast aan touwen. Ze zweven door de ruimte. Reiken naar elkaar. Verlangen naar elkaar. Maar komen niet bij elkaar.

We moeten verder. In de volgende ruimte zitten we op beklede bierkratjes. Ook hier zijn animaties op een muur te zien. Dansers dansen op een vlak ervoor. Ze dansen met krachtige en impulsieve bewegingen. Alsof er telkens muggen steken. In dezelfde ruimte gaat een deur open en dicht. Telkens als de deur open gaat vang je een glimp van de danseres op. Doordat de deur niet constant open staat, blijft het mysterieus. Mysterieus zijn ook de dansers die vanuit alle hoeken lijken te komen en de verduisterde kamers waar de voorstelling zich afspeelt.

De ruimtes van het Kruithuis, een voormalige fabriek voor buskruit, zijn helemaal gebruikt. Geen hoek, balk of haak van het kruithuis blijft ongebruikt. Er is goed gekeken naar de karakteristieke kenmerken en daarvan is met een combinatie van dans en animatietechnieken goed gebruik van gemaakt. ReAnimatie is een voorstelling die volgens de publieksinformatie gaat over oorlog en vrede. Voor mij is ReAnimatie een belevingsvoorstelling, waar je - van het uittrekken van je schoenen tot je die weer aandoet – vóóral helemaal in zit.


ReAnimatie
De Stilte en Guusje Kaayk
Choreografie: Jack Timmermans
Animaties: Guusje Kaayk
Dans: Jonas Furrer, Femke Somerwil, Judy Lijdsman, Annelies Oosterloo, Annelies van Roie, Erik Spruijt, Mariko Shimoda en Kristina Ogryzkova

Nog te zien in Het Kruithuis, Citadellaan 7, ‘s-Hertogenbosch
Dgelijks tot en met vrijdag 15 augustus, steeds om 20.00 uur.
Donderdag 14 en vrijdag 15 augustus ook om 16.00 uur.

maandag 4 augustus 2008

Vernieuwende choreograaf Maurice Béjart geëerd op Festival d’Avignon

Tijdens het Festival van Avignon, wordt in het Maison Jean Vilar een eerbetoon gebracht aan, de in november overleden choreograaf, Maurice Béjart. Niet zo gek, want hij kan worden gezien als een van de eerste ereartiesten van het Festival. Hij maakte met zijn grootschalige spektakels, waarbij het klassiek ballet moeiteloos werd gecombineerd met sensuele heupswingen en exotische dansstijlen, een groot publiek nieuwsgierig. Ook paste zijn choreografie “Messe pour le temps présent” uitstekend in de tijdsgeest van 1967 en 1968. Vrije liefde en rebelleren stonden daarbij centraal. Maurice Béjart werd hét icoon van het ‘Levend Theater’, een theater voor iedereen, en tegen de wat elitaire ‘pauselijke’ cultuur van het Festival. De choreografie van Maurice Béjart was erg vernieuwend, maar ook de muziek die speciaal voor dit ballet werd gecomponeerd door Pierre Henry. Deze componist wordt in Frankrijk beschouwd als de vader van de electro-akoestische muziek, de psyche-rock. Er staat een heel kort filmpje op You Tube van dit ballet uit 1967: de beeldkwaliteit is miserabel, maar de muziek is goed te horen:
http://nl.youtube.com/watch?v=qlSX50pXVto



Hierboven zie je een protestaffiche uit de tentoonstelling. Tegenwoordig zijn er twee festivals in Avignon: het officiële Festival d’Avignon en het Off festival. Het Off festival heeft een programmacatalogus van meer dan 300 pagina’s. Het zijn déze voorstellingen waarvoor de hele stad volhangt met affiches en de muzikanten, dansers en acteurs zelf als proppers hun voorstellingen onder de aandacht brengen. Het theater voor iedereen!

Expositie Bejart
La Maison Jean Vilar
8 Rue de Mons
84000 Avignon
http://www.maisonjeanvilar.org/